De Duitse van Wijhe’s (van Reuschenberg)

Inleiding

Willem van Wijhe van Echteld was een broer van Otto van Wijhe de 9e heer van Echteld. Willem van Wijhe werd in 1591 in Echteld vermoord. Hij liet zijn vrouw en kinderen in vrij armlastige omstandigheden achter. De open brief die na de moord werd opgesteld door de familie Van Wijhe werd ondertekend door Ermgard als Willems weduwe, Otto, Johan en Stees van Wijhe als Willems broers en Willems oom Walraven van Brederode als man van Willemina van Haeften, (half-) zuster van Walburg van Haeften (de overleden moeder van Willem). Willem van Wijhe en Ermgard hadden drie kinderen, twee dochters (Ermgard en Walburg) en een zoon. Hun dochter Walburg trouwde met Constantin von Judden die later (van 1632-1650) burgemeester van Keulen was. De zoon van Willem en Ermgard was Caspar van Wijhe, getrouwd met Agatha von Loevenich. Hun nageslacht is de Duitse Van Wijhe tak. Deze tak had zijn thuisbasis eerst in Jüngersdorf (bij Aken) en later in de omgeving van Keulen/Leverkusen.

Rond 1660 trouwt Constantinus van Wijhe met Geertruid von Catterbach zu Diepental. De familie Catterbach in Diepental was berucht vanwege zijn strijdlust. In 1702 trouwt  Johan Caspar van Wijhe (zoon van Constantinus) met Maria Catharina von Diepental zu Stammheim und Reuschenberg. Door dit huwelijk kwam het kasteel Stammheim (bij Keulen/Leverkusen) in bezit van de familie Van Wijhe (tot ca 1755). Ook kregen ze in 1730 Schloss Reuschenberg (ook bij Keulen/Leverkusen) in hun bezit. 

Schloss Reuschenberg kwam in 1730 in bezit van de Von Wyhe’s

Hun zoon Johan Franciscus Caspar van Wijhe noemde zich heer van Reuschenberg (en heer van Echteld). Rond 1770 had deze zoon ook Burg Rheindorf in zijn bezit. Burg Rheindorf was na 1600 in bezit van de familie Catterbach von Diepental en ging daarna door een huwelijk over naar de familie Von Judden. Zij verkochten Rheindorf in 1721 aan de familie Cortenbach.

Over de afstamming van deze Duitse Van Wijhe’s is veel te doen geweest. Vooral in de jaren 1674-1675 heeft de Duitse tak geprobeerd aan te tonen dat ze afstamden van Juggen (Joachim) van Wijhe die getrouwd was met Irmgard van Haeften zu Bracht. Constantinus van Wijhe zu Jüngersdorf (getrouwd met Geertruid von Catterbach, zie boven) krijgt het voor elkaar dat in 1674 in Tiel een verklaring opgesteld wordt waarin deze afstamming voor waar wordt aangenomen. Het document is ondertekend door S. Schull, secretaris van de stad Tiel, Joost Vijgh, commandant van de Ridderlijke Duitse Orde in Dieren en Evert de Cock van Opijnen (90 jaar oud). Hoogst waarschijnlijk waren de Van Wijhe’s van Echteld het in die tijd al niet eens met deze “Duitse” Van Wijhe-stamboom. Als deze stamboom klopte zou Juggen of Joachim een zoon geweest moeten zijn van Otto van Wijhe de 9e heer van Echteld. De Duitse tak had (ook in 1674 nog) de Hoofakker in Echteld in bezit en die hadden ze waarschijnlijk verkregen via hun afstamming van Willem van Wijhe. Later (voor 1749) hebben ze de Hoofakker verkocht aan Reinoud Christiaan van Wijhe de 12e heer van Echteld.

Na het uitsterven van de mannelijke Van Wijhe’s van Echteld in 1752 heeft de Duitse tak (met name Johan Franciscus Caspar van Wijhe, heer van Reuschenberg) verwoede pogingen ondernomen om hun visie op de afstamming bekrachtigd te krijgen. Waarschijnlijk hoopten ze op die manier het “Van Wijhe van Echteld bezit” in handen te krijgen. Uiteindelijk is de zaak voorgelegd aan het Hof van Gelre en die heeft in 1759 besloten dat er niet voldoende bewijs was voor de afstamming die de Duitse tak presenteerde. Sindsdien staan de leden van de Duitse van Wijhe-tak bekend als de afstammelingen van Willem van Wijhe die de  Rooms-Katholieke Kerk trouw bleven.

De Duitse tak van de Van Wijhe’s van Echteld (kasteel Wijenburg) is met weinig bezit begonnen (de Hoofakker in Echteld en de Megenberg in  Dreumel) maar heeft via huwelijken tot ca.1735 veel bezit verworven. Ongetwijfeld zullen ze daarbij goed gebruik hebben gemaakt van hun riddermatige afkomst van de Van Wijhe’s van Echteld.

Het wapen van de Duitse Van Wijhe’s

Wij denken dat de Duitse Van Wijhe’s vooral in 1701 mede via hun door de Van Wijhes in Echteld betwistte   “eigen stamboom” een prachtige huwelijkspartij hebben binnengehaald met Maria Catharina von Diepenthal die de kastelen Stammheim en Reuschenberg in de Von Wyhe familie bracht. In Duitse archieven worden ze soms aangeduid met: “von Wyhe zu Echtelt”.

In 1735 bezitten de Duitse Van Wijhe’s  Burg Jüngersdorf (tussen Aken en Keulen), Schloss Stammheim (Keulen), Schloss Reuschenberg (Leverkusen) en Schloss Rheindorf (Leverkusen). Verder hebben ze  bezit in Rosau (Rees bij Xanten), Merbach en Aldenhoff (Monheim/Leverkusen). Hun “thuishaven” was eerst (vanaf ca. 1620-1730) Burg Jüngersdorf maar daarna duidelijk kasteel de Reuschenberg in Leverkusen (Bürrig) aan de zuidelijke oever van de Wupper. Rheindorf lag daar vlakbij aan de noordelijke oever van de Wupper. 

De volgende families leverden via huwelijken het bezit aan de Duitse Van Wijhe’s: Von Katterbach, Von Loevenich en Von Diepenthal.

De Wasserburg Diepental (ten oosten van Leverkusen) werd al vanaf 1222 bewoond door het oude riddergeslacht Von Diepenthal. In 1580 kwam de Wasserburg  in bezit van de adellijke familie Von Katterbach. Deze familie veroorzaakte tot in de negentiende eeuw in Diepental “Angst und Schrecken”. De laatste heer van dit geslacht Hofrat Andrea Philip von Katterbach overleed in 1802 en hij stond bekend als zuiplap. 

Kasteel Reuschenberg in Leverkusen kende de volgende bewoners/eigenaren:

1500 Freiherr von Quadt
1635 Michael von Cronenberg – Bürgermeister von Köln 
1660 Freiherr von Diepenthal und Stammheim
1730 Freiherr von Wyhe
1767 Freiherr von Mylius

Opvallend is de relatie van de Duitse van Wijhe’s met de burgemeester-families in Keulen: Von Judden, Von Cronenberg, Von Mylius en De Groote.

Boeiend is de relatie die de Duitse Van Wijhe’s onderhielden met Tiel. Met name met de familie Vijgh was er regelmatig contact. Er werd ook een huwelijk gearrangeerd tussen Anna Vijgh en Johann Wilhelm von Judden  een zoon van Walburg von Wyhe en de Keulse burgemeester Constantin von Judden.

Na 1750 lijkt het niet zo goed meer te gaan met deze Van Wijhe tak. Ze beginnen bezit te verkopen.

In 1823 eindigt de Duitse Van Wijhe tak met de dood van Henriëtte von Wyhe die in 1802 getrouwd was met de bekende militair Freiherr Caspar Joseph Carl Von Mylius. De kinderen uit een eerder huwelijk van Von Mylius verkochten kort na de dood van hun vader (in 1831) de nog resterende Duitse Von Wyhe bezittingen.

De 6 heren van de Duitse Van Wijhe’s.

Willem van Wijhe was de 1e heer van de Duitse Van Wijhe’s (tot de Hoofakker en de Megenberg).

De stamvader van de Duitse Van Wijhe’s is Willem van Wijhe (geboren ca.1545). Hij was een zoon van Jasper van Wijhe de 8e heer van Echteld en Walburg van Haeften. Net als zijn broer Otto was hij kannunik in Xanten. Otto van Wijhe werd in 1568 de 9e heer van Echteld en stopte in 1571 als kannunik (Viktorstift). Willem van Wijhe daarentegen bleef in Xanten en is in 1577 (nog) kannunik.

De Stiftskirche in Xanten waar de Van Wijhe’s kanunnik waren

Willem van Wijhe trouwt rond 1582 met Irmgard von Obersteijn (geboren rond 1550). Zij was daarvoor getrouwd met  Heinrich von Ryswick (hij trad in 1566 in Xanten terug als kanunnik voor een huwelijk en hij overleed in 1580) en Irmgard von Oberstein had van Heinrich von Ryswick een zoon Henric van Ryswick.

De familie Von Ryswick was zeker al vanaf 1500 een belangrijk geslacht in kerkelijk Xanten.  Ze bekleedden vooraanstaande posities en schonken (o.a. wandkleden) aan de kerk. Heinrich von Ryswick sr. (gestudeerd in Keulen en afgestudeerd in 2 juridische richtingen), heeft in1550 een bijzonder boek gemaakt. Dit boek is nu nog een bezienswaardigheid in het Stiftsmuseum in Xanten. Mogelijk was Willem van Wijhe (en ook zijn broer Otto ) een leerling van Heinrich von Ryswick.

Willem van Wijhe deed rond 1585 afstand van zijn kanunnikschap ten gunste van zijn “voorzoon” Henric van Ryswick. Willem van Wijhe en Irmgard kregen 2 kinderen: Walburg en Caspar (geboren rond 1588).

Bij een gerechtelijke uitspraak in 1576 werd Willem de Hoofakker in Echteld toegewezen. Hij was ook heer van de Megenberg in Dreumel.

De Hoofakker in Echteld was van 1576 tot 1735 in bezit van de Duitse Van Wijhe’s

Willem van Wijhe werd in 1590 in Echteld vermoord door Tonisz van Tellicht . Dochter Walburg van Wijhe trouwde in 1613 met Constantin von Judden, burgemeester van Keulen van 1632-1650. Zijn broer Johann von Judden trouwde in 1610 met Catharina Elise von Katterbach zu Rheindorf. Zijn zus Sybilla von Judden trouwde met Heinrich van Bronckhorst. Walburg von Wyhe ontvangt omstreeks 1613 een jaargeld van haar nicht Walburg Steesdochter van Wijhe van de Echteldse tak. 

Het wapen van Constantin von Judden de man van Walburg van Wijhe

Kennelijk waren Walburg en Caspar von Wyhe nog steeds nauw betrokken bij Echteld. Hun namen komen voor in het doopboek van de plaatselijke Johannes Baptistkerk. In 1620 en 1629 treden ze op als getuigen bij de doop van twee kinderen. In 1629 vernoemt Dirick Thijsen “de smid” zijn zoon naar Caspar von Wyhe. Het doopboek vermeldt namelijk: dopeling Casper, “getuigen zijn Joncker Casper van Wijhe en juffr. Van Wijhe, vrouw van J. Constantinus van den Judden.”

De Duitse Van Wijhe’s werden ook wel de “Paepsche branch” genoemd omdat ze katholiek bleven.

Caspar von Wyhe (ca.1588 – ca.1660) was de 2e heer van de Duitse Van Wijhe’s (zu Jüngersdorf und Merbach)

Caspar von Wyhe trouwt Agatha van Lövenich (rond 1615 ?). De familie Von Loevenich werd in 1563 met het goed  (Burg) Jüngersdorf  beleend. Agatha’s broer Adam von Loevenich werd in 1622 met Jüngersdorf  beleend. Hij had geen zonen en na zijn overlijden kwam Burg Jüngersdorf rond 1650 in handen van de Von Wyhe’s.

Burg Jüngersdorf in Langerwehe (bij Aken) kwam rond 1650 in bezit van de Von Wyhe’s en bleef tot 1762 hun eigendom.

De grootvader van Agatha van Lövenich, Adam von Lövenich, was in 1571 met Catharina von Judden zu Rheindorf getrouwd. In 1621 wordt Caspar von Wyhe genoemd als eigenaar van een leengoed in Merbach en in 1636 als heer zu Jüngersdorf (Langerwehe). Het Huis (Burg) Jüngersdorf  (ook wel Jüngersdorfer Hof genoemd)  brandde in 1635 af waarbij de Von Wyhe-archieven die daar waren opgeslagen verloren gingen.  Bij de latere rechtszaak (in 1759) over de afstamming van de Duitse Van Wijhe’s voerden  de Duitse Van Wijhe’s aan dat bij de brand belangrijke documenten m.b.t. hun afstamming verloren waren gegaan.

Zowel Johann als Constantin von Judden (zie hierboven) hadden een zoon die Johann Wilhelm heette (volle neven, geboren rond 1620).

De ene Johann Wilhelm von Judden had Rheindorf en de andere Johann Wilhelm von Judden was net als zijn vader (Constantin) burgemeester van Keulen (tussen 1659 en 1674).

Johann Wilhelm, de burgemeester (en zoon van Walburg von Wyhe) was in 1649 getrouwd met Anna Vijgh, kleindochter van Dirk Vijgh uit Tiel. Na haar overlijden trouwde Johann Wilhelm met Katharina Charlotte von Spiering. De Johann Wilhelm von Judden van Rheindorf trouwde met  Maria Cecilia von Quadt.

Johann Wilhelm von Judden, de burgemeester had in 1685 (bij een rechtszaak) 4 minderjarige kinderen: Franz Constantin, Maria Walburg Antonetta, Johanna Catharina en (weer een) Johann Wilhelm. Hij was toen al overleden (in 1676).

Caspar von Wyhe en zijn vrouw Agatha hadden voorzover we weten 2 zoons: Constantin en Johann Ludwig, geboren rond 1620. Agatha von Loevenich overlijdt in 1643 (?).

In 1613 vindt een verdeling plaats van Von Wyhe-bezit (Teilungen in der Familie von Wyhe, Geldern) ondertekend door Caspar en Walburg van Wijhe, Heinrich van Rijswick hun halfbroer en nog een Heinrich  van Rijswijck, Carl Vijgh en Heinrich von den Birgel (kannunik?). Waarschijnlijk vond deze verdeling plaats omdat Walburg von Wyhe (de zus van Caspar von Wyhe) in dat jaar trouwde met Constantin von Judden. Carl Vijgh was een zoon van Dirk Vijgh uit Tiel. Anna Vijgh, een nichtje van Carl Vijgh, trouwde later in 1649 met een zoon van Walburg von Wyhe.

In 1636 is Caspar von Wyhe “Rechtsnachfolger” van de overleden Henric van Rijswijck bij het leengoed Reckwyns Hochstedden.

In 1652 vestigt Caspar een obligatie ten zijnen laste in de Meulenkamp behorende bij de Hoofakker in Echteld. 

In 1654 verkoopt Caspar von Wyhe  bezittingen te Dreumel aan Reinier van Wijhe de 10e heer van Echteld.

Constantin von Wyhe (ca.1620 – ca.1681) was de 3e heer van de Duitse Van Wijhe’s (zu den Hoofakker und Jüngersdorf)

Constantin von Wyhe trouwde (ca.1650) Anna Gertrud von Katterbach zu Diepental. De familie Katterbach zu Diepental kreeg Burg Rheindorf in Leverkusen in bezit rond 1608. Rheindorf gaat over naarJohann von Judden door zijn huwelijk in 1610 met Catharina von Katterbach. Dat huwelijk ging niet van een leien dakje. Johann von Judden heeft Catharina von Katterbach geschaakt!!  Constantin von Wyhe en zijn vrouw hadden voorzover we weten 2 zoons: Wilhelm Matthias en Johan Caspar. Constantin von Wyhe maakte in 1681 een testament.

 In 1656 treedt Constantin in Echteld op als gemachtigde van zijn vader. Zijn broer Johann Ludwig von Wyhe erft Merbach.

Over Constantin komen we in het oudrechterlijk archief van Echteld nog het volgende protocol tegen: Jonker Constantinus von Wyhe heeft schuldig bekent Dries Alberts van Schilffgarde sevenhondert vijftigh gulden cum interesse ende daer voorverbonden seeckeren boomgaerdt ende bouwlandt genoemt den Hofacker onder Echtelt, den 10e  julij 1663. Geregistreert den 22e  november 1664.

Over de afstamming van de Duitse Van Wijhe’s is veel te doen geweest. Constantin von Wyhe heeft geprobeerd aan te tonen dat de familie afstamde van Juggen (Joachim) van Wijhe die getrouwd was met Irmgard van Haeften zu Bracht. Constantinus von Wyhe krijgt het voor elkaar dat in 1674 in Tiel een verklaring opgesteld wordt waarin deze afstamming voor waar wordt aangenomen. Het document is ondertekend door S. Schull, secretaris van de stad Tiel, Joost Vijgh (zoon van Karel Vijgh), commandant van de Ridderlijke Duitse Orde in Dieren en Evert de Cock van Opijnen (90 jaar oud). Hoogstwaarschijnlijk waren de Van Wijhe’s van Echteld het in die tijd al niet eens met deze “Duitse” Van Wijhe-stamboom. Als deze stamboom klopte, zou Juggen of Joachim een zoon geweest moeten zijn van Otto van Wijhe de 9e heer van Echteld. De Duitse tak had (ook in 1674 nog) de Hoofakker te Echteld in bezit en die hadden ze verkregen via hun afstamming van Willem van Wijhe.

In 1675 heeft Constantinus von Wyhe zu Jüngersdorf een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de Geldersche Ridderschap. Wij onderzoeken nog wat er met dat verzoek is gedaan maar het lijkt erop dat het verzoek uiteindelijk niet is gehonoreerd.

Johan Caspar von Wyhe (ca.1660 – 1718) was de 4e heer van de Duitse Van Wijhe’s (zu den Hoofakker und Stammheim).

Johan Caspar von Wyhe trouwde in 1701 met Maria Catharina von Diepenthal zu Stammheim und Reuschenberg. Zo kwamen de 2 kastelen Stammheim (in 1701) en Reuschenberg (in 1731) in de familie Von Wyhe. Wilhelm Matthias von Wyhe een neef van Johan Caspar von Wyhe (Wilhelm Matthias was een zoon van Johann Ludwig von Wyhe die getrouwd was met Eleonora  <Anna Clara> von Rolshausen zu Türnich) trouwde rond dezelfde tijd met Helena von Diepenthal.

Schloss Stammheim kwam in 1701 in bezit van de Von Wyhe’s

Een nicht van Johan Caspar von Wyhe, Catherine Ermgard von Wyhe (geb. 1673 en zus van Wilhelm Matthias) zu Jüngersdorf, trouwde in 1695 met Jean Chretien Louis Francois Guillaume baron de  Woestenraedt (België, hij leefde van 1649 – 1738) heer van Grand-Rechain. Ze kregen 12 kinderen. Hun zoon Philippe Joseph Dieudonnee graaf van Woestenraedt (geb. Soiron 1711) was kamerheer van Keizer Karel VI en generaal-majoor in dienst van Oostenrijk. De familie Van Woestenraedt woonde op chateau de Sclassin in Soiron tussen Verviers en Luik.

Chateau Sclassin bij Verviers. Hier woonde rond 1700 Catherine Ermgard von Wyhe

Johan Frans Caspar von Wyhe was Geheimrat van de keurvorst van de Pfalz. Met zijn vrouw had hij vermoedelijk 2 zoons: Johan Frans Caspar en een onbekende zoon. Dit wordt ons duidelijk omdat Johan Frans Caspar in 1740 – 1744 brieven aan een onbekende broer schreef. 

Johan Caspar von Wyhe overleed al jong in ca.1718. Zijn vrouw Maria Catharina von Diepenthal hertrouwde Joachim Gartzen. Uit dit huwelijk was er een halfbroer van Johan Frans Caspar von Wyhe.

In Leverkusen/Bürrig staat nog steeds het Cronenbergkreuz. Dit is in 1699 geplaatst door Maria Catharina von Diepenthal als eerbetoon aan haar ouders Clara Sophie Katharina von Cronenberg en Freiherr Johann Wimmar Sülz von Diepenthal zu Stammheim die op Schloss Reuschenberg woonden! Maria Catharina von Diepenthal was een kleinkind van Johann Caspar von Cronenberg (van 1635 tot 1660 was Schloss Reuschenberg van Caspar von Cronenberg, burgemeester van Keulen, daarna ging het door een huwelijk over naar de familie Von Diepenthal).

Johan Frans Caspar von Wyhe (1704 – 1783) was de 5e heer van de Duitse Van Wijhe’s (Herr zu Reuschenberg, Rheindorf, Aldenhoff, Stammheim, Rosau und Jüngersdorf).

Trouwt 2 keer. De eerste keer (ca.1725) met Freifrau Sophia Adolfina von Croone von Croonfeld en de tweede keer in 1740 met Maria Henriëtta Baronesse de Cron weduwe van N. de Cron geboren Komtesse von Reissig zu Süssenheim. In totaal krijgt hij 15 kinderen: 4 jongens en 11 meisjes.

In 1727 was er een conflict tussen Johan Frans Caspar en zijn moeder Maria Catharina von Wyhe getrouwd met Joachim Gartzen.

Ferdinand von Cortenbach (zu Helmond) kocht in 1721 Haus Rheindorf van Johan Frederik von Judden (waarschijnlijk een zoon van Johann Wilhelm von Judden zu Rheindorf). Daarna onstond gedoe omdat de zus van Johan Frederik (Anna Catharina Josina von Judden) het niet eens was met de verkoop.

De vrouw van Ferdinand von Cortenbach was een Von Quadt en zij was familie van de vrouw van Johann Wilhelm von Judden zu Rheindorf. Het was dus min of meer een transactie binnen de familie.

In  1723 komt Burg Rheindorf definitief in bezit van familie Cortenbach en daarna in 1738 tot 1824 wordt het eigendom van de familie Von Wyhe.

Johan Frans Caspar wordt 2 maal in de archieven vermeld i.v.m. een belening, namelijk in 1717 en in 1746.

In 1736 wordt hij Hofrat en Vogtsmajor in Aachen genoemd. In 1737 heeft hij het  Ambtmanschaft in Monheim  (Rheinsdorf viel ook onder het Amt Monheim).

Hij verkoopt de Hoofakker in Echteld  in 1735 aan Christiaan Reinoud van Wijhe de 12e heer van Echteld.

Johan Frans Caspar von Wyhe was enige tijd kamerheer (voor 1761) van Clemens August I van Beieren, aartsbisschop van Keulen.  Hij was rond 1777 bevriend met Pfarrer (in Reusrath) Johannes Loh die graag op de Reuschenberg kwam vanwege de uitgebreide bibliotheek en de mooie tuin. Johan Franz Caspar von Wyhe bracht Loh in contact met de bekende fossielen verzamelaar en jezuiet Franz Beuth. In verschillende notities wordt Johan Frans Caspar als een erudiete man met een brede wetenschappelijke belangstelling aangeduid. Wellicht lag hem het beheren van de Von Wyhe- bezittingen wat minder. In een tijd waarin de adel steeds meer moeite moest doen om de kop boven water te houden was dat natuurlijk geen voordeel bij  het instandhouden van het bezit.  

Opvallend is dat in 1765 Wilhelmina Frederica van Wijhe uit Echteld trouwt met Willem Otto Frederik Rijksgraaf van Quadt tot Wickradt. In die tijd werd kasteel Wickradt (bij Moenchengladbach, dichtbij de Reuschenberg) geheel opnieuw gebouwd onder leiding van de Nederlandse architecten gebr. Soiron.

Schloss Wickradt bij Moenchengladbach waar in 1765 Wilhelmina Frederika van Wijhe van Echteld woonde

Johan Frans Caspar von Wyhe begint met verkoop van het bezit Reuschenberg en Stammheim. Kasteel Reuschenberg wordt in 1767 (deels?) verkocht aan de Familie von Mylius. Stammheim wordt in de periode 1744 – 1762 verkocht aan Ferdinand Pfeil. De von Wyhe’s blijven wel op de Reuschenberg wonen. Haus (Burg) Jungersdorf wordt  in 1762 verkocht aan Hofrat Kramer.

Johan Frans Caspar vecht met de Van Wijhe’s van Echteld over de afstamming  van de Duitse Von Wyhe’s en daarmee over Duitse aanspraken op het omvangrijke Echteldse Van Wijhe-bezit. In 1759 besliste het Hof van Gelre dat de afstamming zoals de Duitse Von Wyhe’s die zagen, niet kon worden aangetoond. Daarmee bleef de Wijenburg in bezit van de familie Van Wassenaer.

Wolfgang Adam Maria Joseph Laurentius von Wyhe (1728 – 1798) was de 6e heer van de Duitse Van Wijhe’s (Freiherr, Herr zu Reuschenberg, Rheindorf, Aldenhoff, Stammheim, Rosau und Jüngersdorf).

Zoon uit het eerste huwelijk van zijn vader. Hij had 3 broers waarvan onduidelijk blijft wat er van ze geworden is. In de kerkelijke archieven van de Katholische Pfarrerei St. Stephanus te Bürrig wordt van een broer Carl Ludwig Joseph vermeld dat hij in 1806 overleed op 75 jarige leeftijd en ongehuwd was. Wolfgang von Wyhe trouwde in 1762 met Maria Susanna de Croone von Croonfeld (uit de familie van zijn moeder). Ze hadden 6 kinderen, 1 jongen en 5 meisjes. De enige jongen was Carl Konstantin Hyazinth von Wyhe, hij werd geboren in 1774 en overleed al jong in 1802 op de Reuschenberg na een langdurige ziekte.

Tussen 1805 en 1813  was er een geschil  over verdeling van een Von Wyhe-bezit tussen 2 dochters van Wolfgang von Wyhe. Het ging om de Wambacher und Pescher hof.

De bekendste van de kinderen werd Carolina  Henriëtta Nikolaa  von Wyhe want zij trouwde in 1802 met de bekende militair Caspar Joseph Carl von Mylius (zijn vader was burgemeester in Keulen).

Zij overlijdt in 1823 (kort na het overlijden van haar dochter Betty). Von Mylius sterft in 1831 (kort na het overlijden van zijn zoon Anton). Tijdens zijn leven werd hij door keizerin Marie Theresia van Oostenrijk in de Freiherr-stand verheven.

Von Mylius had zich zeer verdienstelijk gemaakt in het Oostenrijkse leger. Hij is in Leverkusen een heel bekend figuur omdat hij het lied “Der treue Husar” heeft meegenomen uit Oostenrijk. Dit lied wordt tijdens carnaval in Keulen nog steeds gezongen. Voor Von Mylius is in Leverkusen/Bürrig een standbeeld opgericht.

De 2 kinderen van Henriëtte von Wyhe en Caspar von Mylius (Betty en Anton) stierven dus jong (resp. in 1822 en in 1830). De Reuschenberg ging na het overlijden van Caspar von Mylius naar zijn kinderen uit een eerder huwelijk (met Maria Anna von Groote, haar vader was burgemeester in Keulen). Deze kinderen verkochten de Reuschenberg met alles wat erbij hoorde vrijwel direkt na het overlijden van hun vader aan Franz Egon Reichsfreiherr von Fürstenberg-Stammheim.