Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > De Kerk > Otto van Wijhe of de proost  
  Otto van Wijhe of de proost  
 
In de archieven van Oud-Munster is ook het één en ander te vinden over gebeurtenissen in 1575 rond de parochiekerk van Echteld. Als zogenaamde “moederkerk” had het een aantal kerken onder zijn hoede.De Echteldse pastoor bezocht regelmatig de kerken van Ooi, IJzendoorn en nog een achttal andere kerken. Voorwaar, deze man had een invloedrijke functie. Maar nu komt het dilemma: wie had het recht om deze godsdienaar te benoemen? Was dat de proost van Utrecht namens de bisschop of de stadhouder namens Philips II. In 1575 stond Jan Sas voor het Hof van Gelre met deze vraag. Een pastoor die een proces voert over zijn eigen positie. Waarom voerde hij dit proces?

Het is bijna onmogelijk dat hij zelf het initiatief hiervoor nam. Fungeerde hij niet als marionet? Hier zat Otto van Wijhe naar alle waarschijnlijkheid achter. Zijn belang gold maar één zaak: aanzien en rechten van de Wijenburg vergroten. Daarom aasde hij op het collatierecht (recht om een godsdienaar te benoemen) van de Johannes Baptistkerk. Het tijdstip van dit proces is merkwaardig. De Tachtigjarige Oorlog was al gaande. De positie van de Roomsch-Katholieke Kerk werd steeds zwakker. Toch werd het in Arnhem een uitgebreid proces waarin alle ins- en outs van de zaak werden besproken. Tot een uitspraak is het niet gekomen.

Men kwam onderling overeen, dat het Utrechtse kapittel de Echteldse pastoor Jan Sas een aanstellingsbrief zou geven en dat Arnhem de rechten van Oud-Munster vooralsnog zou accepteren. Voor de laatste keer trok het kapittel aan het langste eind. Nog één keer gold het gezag van Oud-Munster. Maar na verloop van tijd was het ook in Echteld gedaan met de paepse kerk. Pastoor Jan Sas werd naar de Tielse Raad ontboden om daar de “Roomsch-Katholieken eredienst” af te zweren en, wilde hij predikant blijven, zich te melden bij de Tielse dominee Vredaeus om zich daar te laten onderrichten in de Gereformeerde leer. In 1598 werd de priester van katholieke huize “een waardige predikant”.

 
     
  lijn