| |
Het predikantschap van Bernherus Vezekius in Echteld was niet onomstreden. Hij was de eerste dominee die door de Van Wijhe's benoemd werd (in 1608). In zijn persoon etaleerde zich iets van alle onrust die over de Nederlanden ging. De Republiek scheidde zich af van Spanje, maar de organisatie van het bestuur stond lang niet vast en was meer een zaak van groeien en uitvinden.
Daar kwam nog bij dat kerk en staat niet gescheiden waren. Godsdienstige en politieke zaken liepen dwars door elkaar heen. En zoals zo vaak in dit soort situaties kwamen twee denkrichtingen tegenover elkaar te staan: Remonstranten en Contra-remonstranten.
Vezekius was aanhanger van de Remonstranten. Zij wezen vooral op genade van God. Maar er waren ook allerlei politieke motieven. Bij deze groepering hoorden vooral intellectuelen, regenten en inwoners uit de steden van Holland. Door samenloop van omstandigheden werd Johan van Oldenbarnevelt hun held. De Contra-remonstranten verzetten zich met hand en tand tegen deze leer van genade, vrije wil en verlossing. De aanhangers hiervan waren vooral op het platteland te vinden. Prins Maurits kwam in hun kamp terecht. In deze tijd van verwarring deed Vezekius zijn werk. Steeds meer liet hij zich zien als een bezielende predikant met een boodschap. Zijn motief werd “de genade van God voor de mensen". De controverse in de Republiek speelde zich in alle geledingen van de maatschappij af. Dit moest wel tot een uitbarsting komen. Door handelen van Prins Maurits werd de orde hersteld. Van Oldenbarnevelt delfde het onderspit. Met hem was het ook met de Remonstranten gedaan. In politieke zin werd de rust teruggebracht in het land.
Een goed bestuur van de Republiek vroeg om structuur. Om duidelijkheid in theologisch opzicht te brengen werd de Synode van Dordrecht bijeengeroepen. In mei 1619 veroordeelde deze synode de Remonstranten als ketters en verbreiders van een valse leer. Er werd een lijst van Remonstrantse predikanten opgesteld. Vezekius was één van de eersten die hierop voorkwam. Hem werd de keus gesteld: “de gepredikte boodschap herroepen of afzetting uit zijn functie".Hij koos voor het laatste. Dit moment markeerde voor Vezekius het begin van een heel nieuw leven. Verbannen naar Kleef hield hij het daar niet lang uit. Hij trok van dorp tot dorp om te praten over zijn boodschap. Vrienden riepen hem d.m.v. brieven op kloekmoedig door te gaan. De tegenstanders zochten hem.
Op het leven van Vezekius werd een bloedprijs gezet. Degene, die hem gevangen nam, ontving van de Algemeene Staten 500 gulden. Lang was hij op de vlucht. Zijn tocht voerde hem langs Huissen, Echteld, Leiden, Amsterdam en veel andere plaatsen. In Kudelstaart werd hij tenslotte gearresteerd. Zijn gevangenschap was aanvankelijk in 's Gravenhage. Hij sliep op stro en zijn eten bestond uit vis en bier. De verhoren duurden lang.
Het voert te ver om op deze ondervragingen in te gaan. Toch wil ik één episode noemen. De ondervragers in de Gevangenpoort stelden dat Vezekius geen predikant meer was, maar was afgezet. De dominee van “het Huys te Echtelt” had hierop een duidelijk antwoord. "De kerkelijken hebben mij ten onregte uit mijn dienst ontzet. De overheid heeft wel regt mij uit de openbare kerk te zetten en mij mijn tractement te ontnemen, doch ik heb van God eene andere roeping ontvangen. En wilt gij zien op het uiterlijk beroep, welnu, ik ben door mijne gemeente beroepen en deze heeft mij niet ontslagen". Ten eerste refereert Vezekius hier aan zijn persoonlijke roeping. Mij treft het echter dat hij zich ook beroept op de gemeente in Echteld. Kennelijk was dit argument (de gemeente en collator Otto van Wijhe achter zich te hebben staan) voor hem zo belangrijk om het hier ongevraagd te noemen.
Dit zegt iets over de staat van de gemeente en het Groote Huys in 1619. Zijn gevangschap bracht hem naar Haarlem en tenslotte naar de staatsgevangenis van Loevesteyn. In één van de kamers kun je hier nog altijd lezen: “hier zat Bernerius Vezekius, predikant te Echteld, gevangen". Pas rond 1980 is door een vondst ontdekt, waar Vezekius na zijn gevangenschap is gestorven. In het jaar van zijn vrijlating (1631) stierf hij in Delft en werd begraven in de Nieuwekerk. Dat betekent ironisch genoeg dat zijn laatste rustplaats zich bevindt naast de twee mensen die zo'n invloed op zijn leven hadden: Hugo de Groot en Maurits van Nassau; in de eerste ervoer Vezekius een metgezel, de laatste was zijn tegenstrever. Zo gaat het vaak in tijden van oorlog, waarin de religie een rol speelt. Tegenstellingen worden uitvergroot en opgeblazen. Vezekius had zijn deel aan de tragiek van de kerk. Gekomen van Deventer, dominee in Echteld, zwerver in de naam van God, gevangen en bevrijd. Een dominee in de storm van zijn tijd.
|
|