Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > De Kerk > De heilige Catharina  
  De heilige Catharina  
 
Door een huwelijk kwam de kloosterveste te Echtelt in bezit van de Van Wijhe's. Zij herschiepen deze veste in een ridderburcht en gaven het de naam "de Wijenburg". De derde heer Van Wijhe, Johan, en zijn vrouw Hille van Riviere waren er in 1371 verantwoordelijk voor dat de kerspelkercke tot Echtelt voor het eerst in de rekeningen van de Utrechtse Dom wordt genoemd. Johan en Hille stichtten een vicarie ter ere van het heilig sacrament op het Sint Cathryn-altaer. Voor het altaar van Sint Catharina werd een priester aangesteld, die daar missen opdroeg en bad voor bepaalde personen. In dit geval zorgden Johan en Hille van Wijhe voor een vermogen (uit opbrengsten meestal van landerijen) waaruit de priester kon worden betaald.

Tegelijkertijd met de begiftiging van zo'n vicarie moest ook een gedeelte worden betaald voor het onderhoud van de Domkerk. Dat Johan en Hille Sint-Catharina uitkozen, is opvallend. Catharina stond bij de adel in hoog aanzien en was een vrome maagd uit Alexandrie, de stad van de wetenschap. Eens had zij een twistgesprek met 50 wetenschappers in de plaatselijke bibliotheek. Vrijmoedig vertelde zij over haar geloof in Christus en wist de geleerde mannen te bekeren tot het geloof in haar Heer. Toen de Romeine keizer Maxentius dit hoorde, werd hij zo kwaad dat hij haar tot het rad veroordeelde.

Dit vreselijke martelwerktuig brak, toen het meisje erop werd gelegd. Daarom werd zij na deze foltering onthoofd. De heer en vrouwe Van Wijhe sloten zich bij de trend van die tijd aan door deze naar Catharina genoemde vicarie te stichten.

 
     
  lijn