Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Boeiende verhalen > De moord op Willem van Wijhe  
  De moord op Willem van Wijhe  
 
Willem was een van de kinderen van Jasper van Wijhe, de 8e heer van Echteld. Anspach zet  Willem neer als degene die niet tot de hervorming overging. De familie van Willem wordt in familiedocumenten "de Paepsche branche" genoemd. Deze katholieke tak bewoonde "de Hoofakker," zo'n 200 meter ten westen van "de Wijenburg."

Voor de huidige inwoners van Echteld een merkwaardige voorstelling van zaken. Twee adellijke huizen met daar tussen de Johannes Baptistkerk. Het ene huis ging tot de hervorming over, maar het andere niet.
Ging het hier om een principiŽle zaak, of was er iets anders aan de hand? Willem was kanunnik van Xanten en deze plaats had grote belangen over de Waal o.a. in Dreumel.

Als kanunnik had Willem de katholieke belangen te behartigen.
Vanuit Echteld gezegd: "de katholieke belangen over de Waal" werden beheerd door Willem. Later trad hij terug als kannunik van Xanten ten gunste van Henrick van Rijswijk, een voorzoon van Willem's echtgenote (Ermgard van Daun en Obersteijn). Willem bleef hoogstwaarschijnlijk zeer verbonden met  Xanten. Zo was de situatie rond 1590 in Echteld.

Op de weg van Echteld naar de Waal ligt het Ooi. Deze buurt wordt van de Waal gescheiden door de bandijk. Op deze dijk voltrok zich in 1590 een drama. Willem van Wijhe werd vermoord door Gerit Thonisz. Nogmaals het perspectief van een bewoner uit Echteld: hoe zal dat in zijn werk zijn gegaan daar op die dijk? Er moet gevochten zijn. In een verslag uit de Navorscher van 1923 staat vermeld: "den hij (leijder) mitten handt aenden bandijck tho Oy in de kerspel van Echtelt begaen ende gedaen heeft aenden Joncker Wilhelm van Wijhe." Wat zich daar op die bandijk heeft afgespeeld, zal heel wat teweeg gebracht hebben. Er wordt gesproken "over allen den ghenen, die in wegen of in velden geweest zijn, doe desen nederslach geschiet is en voorts allen den gheenen, die daer daeth ofte raeth mitwoorden ofte wercken heymelick oft apem-baer toe geweest mochten sijn." Het blijft een merkwaardige gebeurtenis.

In de zoenbrief die de familie van Wijhe opstelt, wordt Thonisz ontheven van de plicht tot voetval "uijt oorsaecke zijns alderdoms ende swacheydt des lichaems."

Gerit kon de buiging naar de van Wijhe's niet meer maken vanwege zijn zwakke lichaam. Hoe was hij dan wel in staat tot de doodslag op Willem?
De eerder genoemde zoenbrief is een gebruikelijke gang van zaken na een doodslag. Het is een akte, opgemaakt voor een "soene". Een verzoening tussen twee partijen, in dit geval tussen de man die de doodslag begaan had en de familie van het slachtoffer.

Voor die verzoening moest Gerit aan de weduwe van Willem een hoet weyt (koren met een inhoud van 1000 liter) betalen. Hij mocht dit in drie termijnen doen. Maar daarmee was Gerit nog niet klaar. Hij was de weduwe van de Hoofakker achthonderd Keijsers guldens verschuldigd. Driehonderd guldens hiervan waren bestemd voor het weeshuis in Tiel.

Door te voldoen aan de beschikking uit deze zoenbrief kon de verzoening tussen Gerit Thonisz en de familie van Wijhe tot stand worden gebracht. Het kan niet anders dat deze gebeurtenis een impact moet hebben gehad op het kerspel Echteld. De beheerder van "de Paepsche branche" was niet meer. Een nieuwe grafzerk gaf zijn laatste rustplaats aan. Dit werd tevens de laatste verplichting waar Gerit Thonisz aan zou moeten voldoen. Ter bekostiging van deze zerk moest hij tien daalders aan de familie van Wijhe overhandigen.


 
     
  lijn