Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Boeiende verhalen > De laatste aankomst van Wil van Balveren  
  De laatste aankomst van Wil van Balveren  
 
Elke plaats of elk huis kent zijn hoogtepunten. Aan de andere kant zijn daar ook de dieptepunten en de uiteindelijke teloorgang. Hoe meer we te weten komen over de geschiedenis van de Wijenburg, des temeer worden deze twee stadia m.b.t. het Huis in Echteld zichtbaar.

In 1395 stonden de Van Wijhe's in hoog aanzien bij de hertog van Gelre. Jorde van Wijhe behoorde tot het gevolg van Willem, hertog van Gulik en Gelre. In dat jaar kwam de vrouw van de hertog, Catharina van Beyeren de vrouwe van Rosendael, naar Echteld om de zoon van Jorde, Zeger, naar het doopvont te brengen.

Als meter van “Jordens kijnt” bracht ze een prachtig zilveren kruis mee dat voor die tijd een vorstelijke waarde had. De Wijenburg en de Johannes Baptistkerk waren de plaats waar de politieke elite van Gelre op dat moment bijeenkwam. In de tijd van de Reformatie bevonden de Van Wijhe's zich in een netwerk van allerlei vooraanstaande figuren die hun rol speelden in de ontstaansgeschiedenis van de Republiek. Onthullingen in de alba amicorum van Otto van Wijhe en zijn ego-document laten daar het een en ander van zien. De Wijenburg bevond zich op een scharnierplaats van verwikkelingen tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Hoe anders is de beleving op een zaterdagmiddag in 1932. Op de Wijenburg was weinig meer te beleven. De laatste twee bewoonsters, de freules Anna en Wil van Balveren woonden er niet meer. De bewoners van Echteld hadden de aftakeling van dichtbij meegemaakt. De twee dames waren zelden op het kasteel aanwezig. Ze leefden een reizend bestaan. Soms waren de twee dames te zien in de “eigen wachtkamer” van het station, als ze weer eens op reis gingen naar hun favoriete stad: Parijs. Verder was niet zoveel van het illustere tweetal bekend. Contacten met het dorp waren er nauwelijks. Slechts bij uitzondering werd een bezoeker tot het huis toegelaten. Op de Wijenburg werkten een aantal Duitse dames. De tuin werd verzorgd door Jan van Schaik, Ot en Dirk Keuken en Peter van Dee. Deze groep maakte de laatste twee van Balveren dames mee. De controle was zoek. Ieder deed maar wat. De verhouding tussen de Duitse meisjes en de tuinmannen was opperbest. Veel is er in deze tijd uit de Wijenburg weggesleept. Het typeerde de ondergang van het Van Balverengeslacht in Echteld.

In 1926 kwam het huis te koop. Een neef van de laatste eigenaressen, mr. Baron van Verschuer te Leur, kocht de Wijenburg in 1928. De freules waren vertrokken en lieten zich niet meer zien. De adellijke wachtkamer in het plaatselijke station bleef voortaan leeg. Dit allemaal tot die gedenkwaardige zaterdag in 1932. Het was de tijd van economische crisis. Mensen in het dorp ervoeren armoe en de druk van het leven. Telefoonverbindingen waren er nog niet in Echteld, toch was het bericht doorgedrongen dat Wil van Balveren in Brugge was overleden.
                                          
                                          
 
Die bewuste dag zou haar stoffelijk overschot naar de Johannes Baptistkerk worden gebracht om daar te worden bijgezet. Om 3 uur ’s middags zou zij ter plaatse arriveren. Wie zich daar als drager voor de kist zou aanbieden, werd 10 gulden in het vooruitzicht gesteld. Voorwaar, een vermogen voor die tijd. Het schept dan ook geen verbazing dat tegen genoemd tijdstip het dorp uitliep om de helpende hand te bieden. Rond 3 uur was het een drukte van belang rond de Wijenburg en de Baptistkerk. Veel volk op de been, echter geen lijkwagen met de kist van Wil van Balveren. Het wachten daarop duurde erg lang. Er werd veel gemopperd en gesuggereerd. Sommigen dropen af, maar om 7 uur ’s avonds arriveerde dan toch het stoffelijk overschot van de freule bij de kerk. Haar laatste tocht was net zo onvoorspelbaar als haar reizen van de afgelopen jaren. De volgende dag werd ze bijgezet in de grafkelder van de Johannes Baptistkerk. "De preek  over de wijze en dwaze maagden had niet treffender kunnen zijn," mompelde één van de familieleden aan haar graf.

 
     
  lijn