Otto trouwt in 1575 Christina van Wijhe van Hernen, vrouwe van de Blankenburg te Beuningen (het vroegere kasteel van de Vijgh-familie, het torentje staat nog aan de Wilhelminastraat). Het huwelijk werd voltrokken in Gennep. Otto en Christina logeerden bij Rutger van Randwijk die burgemeester in Gennep was. Rutger van Randwijk was de voogd van Christina geweest. Christina’s moeder (Margriet van Egeren) overleed toen ze nog maar 10 jaar was.

Gelijk met Otto en Christina trouwden haar zus Catharina en Hendrik van Massereel, heer van Balgooij en Opijnen. Christina (geboren in 1554) was een dochter van Reinier van Wijhe van Hernen en Margriet van Egeren. Christina’s grootmoeder was Rutgera Vijgh die kasteel de Blankenburg in de Van Wijhe van Hernen familie bracht. Otto overlijdt in 1616, Christina leeft nog in 1622. Otto en Christina hadden 13 kinderen: Jasper, Reinier, Reinier, Christiaan, Walraven, Johan, Gijsbert, Herman, Jorden, Jasper, Stees, Joachim en Margriet.
Jaspergeboren in 1576, overleden in 1578 aan de pest.
Reiniergeboren in 1577, jong gestorven.
Reiniergeboren in 1579, overlijdt ongehuwd in 1657. Hij werd later de 10e heer van Echteld. Bij zijn doop waren peters en meters: Joachim van Wijhe van Hernen, Herman Pieck van IJzendoorn namens Herman van de Poll heer van Leeuwen (ambtman tussen Maas en Waal), Anna van Spangen weduwe van Johan van Haeften heer van Haeften, Hellouw en Herwijnen en Judith van Averenck. Joachim van Wijhe van Hernen was de vader van Reiniers moeder (zijn opa dus) en Judith van Averenck was de vrouw van Reiniers oom Stees van Wijhe die in Deventer woonde.
Walraven geboren in1580. Hij was luitenant. Jong overleden in 1602.
Gijsbertgeboren in 1581. Voor 1622 ongehuwd gestorven.
Christiaan geboren in 1582, heer van de Schaar, kanunnik te Utrecht. Bij de doop van Christiaan waren de peters en meters: Aryen Janss, Johan Hendriksz, Truy Moeder en Neel op de Bawynge (onduidelijk is wie dit waren). Christiaan trouwde in 1614 met Ermgard van Wullen. Zij overleed in 1631 in Utrecht. Daarna trouwde Christiaan in 1635 met Maria van Brederode. Haar ouders waren Jan van Brederode en Catharina van Riemsdijck uit Tiel. Uit dit tweede huwelijk werd in 1638 Otto geboren die later de 11e heer van Echteld werd. Otto had een broer Johan die kapitein was in Hollandse dienst en vermoedelijk rond 1670 in Albany New York is overleden.
Hermangeboren in 1583. Heer van de Blankenburg en de Pol (sinds 1622 geërfd van zijn broer Joachim) en kapitein van een compagnie te paard en te voet. Ambtman en richter van Maas-Waal. Bij zijn doop waren de peters en meter: Jasper van Wijhe, Reynier van Wijhe en Walburg van Wijhe. (onduidelijk is wie dit waren, mogelijk waren het zonen van Otto’s oom Herman en was Walburg Otto’s zus). Herman van Wijhe overlijdt in 1643.
Johangeboren in 1585. Kapitein in Brandenburgse dienst. Hij is dood in 1622.
Jordenvoor 1622 ongehuwd gestorven.
Jaspervoor 1622 ongehuwd gestorven.
Steesvoor 1622 ongehuwd gestorven.
Joachim heer van de Pol (sinds 1612) en kapitein in Brandenburgse dienst. Waarschijnlijk overleed Joachim in 1622 ongehuwd, de Pol nalatend aan zijn broer Herman.
Margriettrouwt in 1627 Zeger van Arnhem tot Kernhem (belangrijke man) lid van de ridderschap van de Veluwe.
---o---
Een belangrijke gebeurtenis tijdens het bewind van Otto, de 9e heer van Echteld, was het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568. In dit jaar kreeg Otto de Wijenburg onder zijn hoede.
Pas in 1648 kwam met de Vrede van Munster een einde aan de schermutselingen. Na 1580 werd de strijd vooral gevoerd in het oosten en het zuiden van de Nederlanden.
In het noordelijke deel van de Nederlanden ontstond rond 1580 de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Republiek kende zeven provincies namelijk: Holland, Zeeland, Friesland, Gelderland, Groningen, Utrecht en Overijssel.
Na de moord op Willem van Oranje in 1584 in Delft werd Maurits tot 1625 de eerste Stadhouder van de Republiek. In het westen van Nederland ontwikkelde de Republiek zich voorspoedig. De Gouden Eeuw brak aan. De oprichting van de Oost-Indische Compagnie in 1602 speelde daarin een grote rol. De Nederlanders verdienden veel geld met verhandelen van goederen die met de eigen handelsvloot werden opgehaald in Oost-Indië.
Veel kerken in de Nederlanden waren in 1566 met een beeldenstorm gezuiverd van alle roomse versierselen. Geruime tijd was het gevaarlijk om rooms-katholiek te zijn.
Van de Van Wijhe's van Hernen is bekend (met name van Maria die in 1609 met Van Reede trouwde) dat zij katholiek bleven en in hun kasteel een schuilplaats boden aan katholieken. Overigens liep de scheidslijn protestants-katholiek vaak dwars door families heen en veroorzaakte dus veel spanningen.
Wel raakte Nederland in de omringende landen steeds meer bekend als het land waar mensen zelf mochten nadenken over hoe de bijbel gelezen moest worden. Er was ruimte voor meerdere interpretaties! Dit was in die tijd een wereldrevolutie en zorgde ervoor dat mensen die snakten naar godsdienstvrijheid, hun heil in Nederland kwamen zoeken.
Otto verbleef in 1563 te Douai (nu Noord-Frankrijk, destijds nog een katholiek bolwerk onder Spaans gezag) en had een goede relatie met Janus Dousa een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Otto leverde in 1563 een fraaie bijdrage aan het album amicorum voor Janus Dousa.
Ook had Otto van Wijhe zelf twee alba amicorum. Deze alba zijn bewaard gebleven.
Net als zijn vader heeft Otto geprobeerd de afhankelijkheid van Echteld van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. In 1570 werd Echteld een “onsterfelick erff-en stamleen” waarvan de erfopvolging nauwkeurig werd geregeld. Later zag Otto kans om het bezit te vergroten met een aantal allodiale (onafhankelijke) goederen.
Van Otto is een dagboek uit 1574 bewaard gebleven. Dit dagboek heeft hij bijgehouden in een Deventer Almanak. Voor meer informatie over dit dagboek zie “boeiende verhalen”.
Otto richt samen met zijn broers en zusters in 1577 een magescheid (boedelscheiding bij overlijden van één der ouders) op waarbij zijn broer Willem (stamvader van de Duitse tak) de hofstad de Hoofakker in Echteld en de Megenberg bij Dreumel krijgt nog enkele rechten. Kennelijk wilde Willem zijn aandeel.
Otto was in 1591 hulder bij de belening van Maria van Wijhe (van Hernen) met het kasteel Hernen. Haar zuster Joachima kreeg de landerijen (ca. 150 ha.). Er waren bij de familie Van Wijhe in Hernen geen mannelijke erfgenamen. Vervolgens gingen nog tijdens het bewind van Otto de bezittingen van de familie Van Wijhe in Hernen door huwelijken van Maria en Joachima in resp. 1609 en 1616 over in handen van de familie Van Reede (het kasteel) en de familie Van Rechteren in Almelo en Dalfsen (de landerijen).