Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 9e heer Otto (1568|1616)  
  9e heer Otto (1568|1616)  
 

Otto werd geboren in 1540. Als jongeman was hij tot 1571 kanunnik van de St. Viktorkerk in Xanten. Deze tijd gebruikte Otto ook om zich breed te oriënteren. In 1563 vertrok hij naar Orléans om daar rechten te studeren. In Frankrijk ondernam hij verschillende studiereizen, waarbij hij nieuwe studenten ontmoette. Deze ontmoetingen legde Otto vast in twee alba amicorum. Hij leverde ook als eerste zijn bijdrage aan het beroemde album amicorum van Janus Dousa. In 1574 schafte Otto een Deventer' schrijfalmanak aan; hierin beschreef hij de gebeurtenissen rond de Wijenburg gedurende dit jaar. Dit boekje wordt beschouwd als één van de eerste egodocumenten in Nederland.

Otto trouwde in 1575 Christina van Wijhe van Hernen, vrouwe van de Blankenburg te Beuningen (het vroegere kasteel van de Vijgh-familie, het torentje staat nog aan de Wilhelminastraat). Het huwelijk werd voltrokken in Gennep. Otto en Christina logeerden bij Rutger van Randwijk die eerder burgemeester in Gennep was. Rutger van Randwijk was de voogd van Christina geweest. Christina’'s moeder (Margriet van Egeren) overleed toen ze nog maar 10 jaar was.

Vrienden van de wijenburg


Gelijk met Otto en Christina trouwden haar zus Catharina en Hendrik van Massereel, heer van Balgooij en Opijnen. Christina (geboren in 1558) was een dochter van Reinier van Wijhe van Hernen en Margriet van Egeren. Christina’s grootmoeder was Rutgera Vijgh die kasteel de Blankenburg in de Van Wijhe van Hernen familie bracht. Otto overlijdt in 1616 en Christina in 1623. De klokken van de Dom in Utrecht werden op 22 februari 1623 voor haar geluid.

Otto van Wijhe en zijn vrouw Christina kregen 13 kinderen: Jasper, Reinoud, Reinier (Reinold), Christiaan, Walraven, Johan, Gijsbert, Herman, Jorden, Jasper, Stees, Joachim en Margriet.

Jasper en Reinoud, tweelingbroers
geboren in 1576, jong gestorven.

Reinier (Reinold)
geboren in 1577, overlijdt ongehuwd in 1657. Hij werd later de 10e heer van Echteld. Bij zijn doop waren peters en meters: Joachim van Wijhe van Hernen, Herman Pieck van IJzendoorn namens Herman van de Poll heer van Leeuwen (ambtman tussen Maas en Waal), Anna van Spangen weduwe van Johan van Haeften heer van Haeften, Hellouw en Herwijnen en Judith van Averenck. Joachim van Wijhe van Hernen was de vader van Reiniers moeder (zijn opa dus) en Judith van Averenck was de vrouw van Reiniers oom Stees van Wijhe die in Deventer woonde.

Walraven
geboren in1580. Hij was luitenant. Jong overleden in 1602. Van Walraven is verder bekend dat hij door vader Otto naar Leiden was gestuurd om daar te studeren want  "eyn edelman weinig geacht wordt die niet geleert en heeft".

Vrienden van de wijenburg

Gijsbert
geboren in 1581. Voor 1622 ongehuwd gestorven.

Christiaan
geboren in 1582, heer van de Schaar, kanunnik te Utrecht. Bij de doop van Christiaan waren de peters en meters: Aryen Janss, Johan Hendriksz, Truy Moeder en Neel op de Bawynge (onduidelijk is wie dit waren). Christiaan studeerde in 1600 in Leiden. Van hem is een inscriptie (met wapen) bekend in het album amicorum van Henricus Torrentinus a Coesfelt (in 1600). Ook leverde Christiaan van Wijhe bijdragen aan de alba amicorum van Ernst Brinck (in 1602, mogelijk in Parijs, en in 1649) en Johannes Amstel van Mijnden (in 1600). Ernst Brinck was een van de grondleggers van de Gelderse Universiteit in Harderwijk. Hij was ook burgemeester van die stad. Ernst Brinck overleed in 1649 na een rijk leven met veel reizen en relaties met bekende mensen uit die tijd (waaronder Galilei maar ook Ludwig van Anholt-Kothen de oprichter van de "Fruchtbringenden Gesellschaft") waarvan in zijn 3 alba amicorum veel is terug te vinden. Christiaan van Wijhe trouwde in 1614 met Ermgard van Wullen. In 1619 overleed in Echteld hun zoon en waarschijnlijk  eerste kindje Walburg van Wijhe nog maar 1 jaar oud. In 1626 werd hun dochter Margaretha geboren en in Echteld gedoopt. Ermgard van Wullen overleed in 1631 in Utrecht. De klokken van de Dom werden op 26 augustus 1631 voor haar geluid. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwde Christiaan in 1635 met Maria van Brederode. Haar ouders waren Jan van Brederode en Catharina van Riemsdijck uit Tiel. Uit dit tweede huwelijk werd in 1638 Otto geboren die later de 11e heer van Echteld werd. Opvallend is dat Otto in 1654 werd ingeschreven bij de Gelderse Universiteit in Harderwijk. Otto had een broer Johan van Wijhe die kapitein was in Hollandse dienst. Hij overleed in 1670 in Echteld. Ook hadden Christiaan van Wijhe en zijn vrouw Maria van Brederode een dochter Catharina die later de bouwing De Schaar erfde.

Herman
geboren in 1583. Heer van de Blankenburg en de Pol (sinds 1622 geërfd van zijn broer Joachim) en kapitein van een compagnie te paard en te voet. Ambtman en richter van Maas-Waal. Bij zijn doop waren de peters en meter: Jasper van Wijhe, Reynier van Wijhe en Walburg van Wijhe. (onduidelijk is wie dit waren, mogelijk waren het zonen van Otto’s oom Herman en was Walburg Otto’s zus). Herman van Wijhe overlijdt in 1643. Hij laat een bastaardzoon Walraven na.

Vrienden van de wijenburg

Johan
geboren in 1585. Kapitein in Brandenburgse dienst. Hij overlijdt (sneuvelt?) in 1622. De klokken van de Dom in Utrecht werden op 7 april 1622 voor hem geluid. 


Jorden
voor 1622 ongehuwd gestorven.

Jasper
voor 1622 ongehuwd gestorven.

Stees
voor 1622 ongehuwd gestorven.

Joachim
heer van de Pol en kapitein in Brandenburgse dienst . Waarschijnlijk overleed Joachim ongehuwd, de Pol nalatend aan zijn broer Herman. De Duitse Van Wijhe tak beweerde dat Joachim getrouwd was met Ermgard van Haaften tot Bracht en dat de Duitse Van Wijhe tak (via hun zoon Otto die trouwde met Margaretha Tinnagel tot Leeuwen) van dit echtpaar afstamde. Uiteindelijk bleek deze stelling niet houdbaar voor de rechtbank.

Vrienden van de wijenburg

Margriet 
trouwt in 1627 Zeger van Arnhem tot Kernhem lid van de ridderschap van de Veluwe. De trouwakte die in Echteld werd opgemaakt zag er  indrukwekkend uit. Margriet van Wijhe en Zeger van Arnhem overlijden in 1632/1633. Hun dochter Margaretha van Arnhem erfde in 1633 huize Kernhem (ze was toen nog maar ca. 5 jaar) en haar voogd was Johan van Renesse haar oom.

Op kasteel Kernhem woonde ook haar tante Margaretha van Arnhem. Deze tante bleef door tragische omstandigheden ongehuwd. Haar huwelijkspartner, de Overijsselse edelman Reinier Schaep, schoot zichzelf op de dag voor de bruiloft per ongeluk dood toen hij een aan de muur hangend pistool wilde pakken. Deze gebeurtenis maakte diepe indruk op kroniekschrijvers van die tijd. Margaretha trok zich terug in Amersfoort, maar was ook op Kernheim te vinden. Van Margaretha is onlangs in kasteel Twickel een fraai album amicorum ontdekt. Mogelijk heeft deze tante de opvoeding van haar nichtje (de al heel jong wees geworden Margaretha van Arnhem) voor haar rekening genomen. 

Margaretha van Arnhem (het nichtje) trouwt in 1644 (ze was toen 16 of 17) met Zeger van Rechteren, heer van Almelo en zoon van Johan van Rechteren en Joachima van Wijhe van Hernen (zij was een nicht van Margriet van Wijhe). Margaretha van Arnhem overlijdt al in 1651 nog maar 23 jaar oud. Zij laat kasteel Kernhem na aan haar neef Jacob van Wassenaer-Obdam.














---o---

Een belangrijke gebeurtenis tijdens het bewind van Otto, de 9e heer van Echteld, was het begin van de Tachtigjarige Oorlog in 1568. In dit jaar kreeg Otto de Wijenburg onder zijn hoede.

Pas in 1648 kwam met de Vrede van Munster een einde aan de schermutselingen. Na 1580 werd de strijd vooral gevoerd in het oosten en het zuiden van de Nederlanden.

In het noordelijke deel van de Nederlanden ontstond rond 1580 de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Republiek kende zeven provincies namelijk: Holland, Zeeland, Friesland, Gelderland, Groningen, Utrecht en Overijssel.

Na de moord op Willem van Oranje in 1584 in Delft werd Maurits tot 1625 de eerste Stadhouder van de Republiek. In het westen van Nederland ontwikkelde de Republiek zich voorspoedig. De Gouden Eeuw brak aan. De oprichting van de Oost-Indische Compagnie in 1602 speelde daarin een grote rol. De Nederlanders verdienden veel geld met verhandelen van goederen die met de eigen handelsvloot werden opgehaald in Oost-Indië.

Veel kerken in de Nederlanden waren in 1566 met een beeldenstorm gezuiverd van alle roomse versierselen. Geruime tijd was het gevaarlijk om rooms-katholiek te zijn.

Van de Van Wijhe's van Hernen is bekend (met name van Maria die in 1609 met Van Reede trouwde) dat zij katholiek bleven en in hun kasteel een schuilplaats boden aan katholieken. Overigens liep de scheidslijn protestants-katholiek vaak dwars door families heen en veroorzaakte dus veel spanningen.

Wel raakte Nederland in de omringende landen steeds meer bekend als het land waar mensen zelf mochten nadenken over hoe de bijbel gelezen moest worden. Er was ruimte voor meerdere interpretaties! Dit was in die tijd een wereldrevolutie en zorgde ervoor dat  mensen die snakten naar godsdienstvrijheid, hun heil in Nederland kwamen zoeken.

Otto verbleef in 1563 te Douai (nu Noord-Frankrijk, destijds nog een katholiek bolwerk onder Spaans gezag) en had een goede relatie met Janus Dousa een van de oprichters van de Leidse Universiteit. Otto leverde in 1563 een fraaie bijdrage aan het album amicorum voor Janus Dousa.

Vrienden van de wijenburg

Ook had Otto van Wijhe zelf twee alba amicorum. Deze alba zijn bewaard gebleven.

Net als zijn vader heeft Otto geprobeerd de afhankelijkheid van Echteld van de hertog van Gelre ongedaan te maken. Dat is hem voor een deel gelukt. In 1570 werd Echteld een “onsterfelick erff-en stamleen” waarvan de erfopvolging nauwkeurig werd geregeld. Later zag Otto kans om het bezit te vergroten met een aantal allodiale (onafhankelijke) goederen.

Van Otto is een dagboek uit 1574 bewaard gebleven. Dit dagboek heeft hij bijgehouden in een Deventer Almanak. Voor meer informatie over dit dagboek zie “boeiende verhalen”.

Vrienden van de wijenburg

Otto richt samen met zijn broers en zusters in 1577 een magescheid (boedelscheiding bij overlijden van één der ouders) op waarbij zijn broer Willem (stamvader van de Duitse tak) de hofstad de Hoofakker in Echteld en de Megenberg bij Dreumel krijgt nog enkele rechten. Kennelijk wilde Willem zijn aandeel.

Otto was in 1591 hulder bij de belening van Maria van Wijhe (van Hernen) met het kasteel Hernen. Haar zuster Joachima kreeg de landerijen (ca. 150 ha.). Er waren bij de familie Van Wijhe in Hernen geen mannelijke erfgenamen. Vervolgens gingen nog tijdens het bewind van Otto de bezittingen van de familie Van Wijhe in Hernen door huwelijken van Maria en Joachima in resp. 1609 en 1616 over in handen van de familie Van Reede (het kasteel) en de familie Van Rechteren in Almelo en Dalfsen (de landerijen).

 
     
  lijn