Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 7e heer Otto (1468|1520)  
  7e heer Otto (1468|1520)  
 
Otto van Wijhe trouwt in 1490 (hij was toen ca. 45 jaar) met Geertruid Tengnagell. Zij was een dochter van Wolter Tengnagell en Raba van Lennep. De grootouders van Geertruid waren Sander Tengnagell en Elsabe van Echteld.
Otto van Wijhe overlijdt in 1520.


Zegel van Otto van Wijhe uit
1495 (Gelders Archief).

Otto en Geertruid hadden 7 kinderen: Jasper, Cornelia, Raphael, Sophia, Elisabeth, Herman en Antonia.

Jasper
wordt later de 8e heer van Echteld.

Cornelia
trouwt Steesken van Broeckhuijsen van kasteel Brakel. Cornelia van Wijhe is weduwe in 1528. Hun dochter Josina van Broekhuijsen trouwt  omstreeks 1525 met Reinier van Aeswijn. Uit dit laatste huwelijk kwam (via dochter Agnes van Aeswijn x Floris van den Bongard heer van Nijenrode en Breukelen) kleindochter Josina van den Bongard voort, die in 1581 met Joachim van Wijhe van Hernen trouwde. Reinier van Aeswijn (zoon van Josina van Broeckhuisen en Reinier van Aeswijn) werd burgemeester van Utrecht en was in 1579 een van de ondertekenaars van de Unie van Utrecht.

Raphael
trouwt Gijsbert van de Poll te Dreumel (tegenover Tiel aan de andere kant van de Waal).

Sophia
trouwt Otto van Hoekelom, erflater van hertog Karel van Gelre.

Elisabeth
trouwt Dirk van Meekeren.

Herman
trouwt Helena van Riemsdijck.
Hun zoon Johan van Wijhe trouwt Anna de Cock van Opijnen (vader: Johan de Cock van Opijnen tot Tiel). Johan overlijdt 1574 kinderloos. Het overlijden van Johan wordt door Otto van Wijhe (de 9e heer van Echteld) gemeld in zijn dagboek uit 1574. Herman van Wijhe treedt in 1545 op namens zijn zuster Antonia in verband met bezittingen gerelateerd aan het huis Abcoude.

Antonia
trouwt Lodewijk van Brakell. Zij bezaten huis Den Brakel te Rijswijk (Gelderland). Hun zoon Dirk (geb.1536 in Tiel) trouwt in 1567 Anna Vijgh de dochter van Anna van Gelre (bastaard kind van hertog Karel van Gelre en Maria van Zuydersteyn). Het leven van deze Anna van Gelre is beschreven in het boek ďAnna van GelreĒ van G.C. Hoogewerff. De stamboom van de familie Vijgh is te zien in het museum van Tiel. Willem van Poelwijk treedt in 1570 op namens Antonia.

---o---

Jasper, Cornelia en Raphael van Wijhe stichtten in 1528 een gezongen mis in de kerk van Echteld ter nagedachtenis van hun vader Otto van Wijhe de 7e heer van Echteld.

---o---

In 1483 kwam er een einde aan de invloed van het Bourgondische Huis en kwam Nederland onder het bestuur van het Oostenrijksche Huis. De Nederlanden hadden tot 1506 met Filips de Schoone te maken. Hij vergrootte zijn macht door in 1496 met Johanna erfprinses van Spanje te trouwen.

In de periode 1515 tot 1555 regeerde Karel de Vijfde namens het Oostenrijksche Huis.

Na een lange periode van hertogen van niet Gelderse afkomst kreeg Gelre in 1492 tot vreugde van de bevolking weer een hertog met echt Gelders bloed namelijk hertog Karel. Hij was een zoon van hertog Adolf van Gelre en opgevoed aan het Bourgondische hof maar hij voelde zich vooral een echte inwoner van Gelre. Hij beschouwde de BourgondiŽrs als vijand zo ook het Oostenrijksche Huis. Zijn regeerperiode duurde 46 jaar en eindigde in 1538.

Zonder dat Karel dat wist was het jaar van zijn aantreden ook het jaar waarin Columbus Amerika ontdekte.

De regeerperiode van hertog Karel van Gelre was een aaneenschakeling van oorlogen en strooptochten. Het hele Gelderse land verarmde. Buiten Gelderland had hij de bijnaam ďDe Gelderse DuivelĒ. Hij was een ouderwetse ridder in een tijd waarin de wereld sterk veranderde.

Otto van Wijhe de 7e heer van Echteld kreeg een forse ruzie met Berend van Wees (een collega ridder) over het onderhoud van de dijken. Door dit conflict joeg Otto uiteindelijk ook hertog Karel van Gelre tegen zich in het harnas. Otto van Wijhe werd op last van de hertog gevangen genomen en te Wageningen gefolterd in een kerker onder het oog van ridder Albert van Lawick. Tegelijkertijd werd kasteel de Wijenburg in brand gestoken. Otto moest zich vervolgens voor 500 goudguldens vrijkopen (dit alles gebeurde in 1492). 

Hij maakte het voor zichzelf nog erger door in 1493 de Wijenburg open te stellen voor de vijand (de hertog van BourgondiŽ). Hierna werd hij in 1495 door hertog Karel van Gelre gedwongen de Wijenburg tot leen en open huis van de hertog te maken (daarvoor was het een z.g. allodiaal, zelfstandig goed). Vanaf dat moment was Echteld zijn onafhankelijkheid kwijt.
Jacob van Riemsdijck en Albert van Lawick werden in 1495 aangesteld als hertoglijke leenmannen over de eerste belening van het huis te Echteld.

Otto had sinds zijn aantreden in 1468 tot 1483 (24 jaar!) te maken gehad met het Bourgondische huis. Hij was dus als het ware groot geworden met de BourgondiŽrs. Kennelijk is hij na 1483 op BourgondiŽ georiŽnteerd gebleven met uiteindelijk dramatische gevolgen voor de Van Wijhe's van Echteld.

Ten tijde van Otto van Wijhe van Echteld onderhield de familie Van Wijhe van Hernen zeer goede relaties met de hertogen van Gelre. Met name Herman Dirkszoon van Wijhe heer van Hernen (van 1465 tot1492) en zijn zoon Reinier heer van Hernen (in 1492) stonden in hoog aanzien. Reinier van Wijhe was burggraaf in Nijmegen (1478), schildknaap van regentes Catharina van Gelre (ca 1480) en maakte deel uit van het gevolg van hertog Karel van Gelre bij zijn intocht in Doesburg in 1492. In dat jaar wordt Reinier van Wijhe ook genoemd als raadsvriend van hertog Karel.

Tragisch was het overlijden van zowel Herman (de vader) als Reinier (de zoon) ook in 1492!

In Hernen kwam dus in 1492 een nieuwe heer namelijk Johan van Wijhe (geboren rond 1470) de oudste zoon van Reinier. Johan van Wijhe overleed al in 1511 (ongehuwd) en werd opgevolgd door zijn broer Joachim van Wijhe. Deze Joachim van Wijhe van Hernen werd in 1524 burggraaf van Nijmegen als opvolger van zijn schoonvader Hendrik Vijgh tot de Blankenburg (in Beuningen).

 
     
  lijn