Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 3e heer Johan (1349|1371)  
  3e heer Johan (1349|1371)  
 
Johan van Wijhe (zoon van Johan de oude), de 3e heer van Echteld, trouwde Hille van Riviere. Hij overleed in 1371. Hille van Riviere was een dochter van Jordaan van Riviere. Johan en zijn vrouw Hille waren er in 1371 verantwoordelijk voor dat de kerk in Echteld voor het eerst in de rekeningen van de Utrechtse Dom wordt genoemd. Johan en Hille stichtten een vicarie ter ere van het heilig sacrament op het “Sint Cathryn-altaer”. Voor het altaar van Sint Catharina werd een priester aangesteld, die daar missen opdroeg en bad voor bepaalde personen. In dit geval zorgden Johan en Hille van Wijhe voor een vermogen (uit opbrengsten meestal van landerijen) waaruit de priester kon worden betaald. Tegelijkertijd met de begiftiging van zo'n vicarie moest ook een gedeelte worden betaald voor het onderhoud van de Domkerk in Utrecht.

Johan was als ridder aanwezig bij de landvrede van 1359.
                                                                    
                                                                
                                                                        Zegel van Johan van Wijhe (de jonge)
                                                                                  uit 1359 (Gelders Archief).

Ook zegelde hij in 1368 de huwelijksvoorwaarden tussen hertog Eduard van Gelre (een van de twee zonen van hertog Reinald ll) en Catharina van Beieren. Een neef van Johan, ook Johan geheten (Johan Willemszoon, zie 1e heer van Echteld), zegelde ook deze huwelijksvoorwaarden.

Ze hadden vijf kinderen: Otto, Sophia, Herman, Claes en Jorde.

Otto
wordt later de 4e heer van Echteld.

Sophia,
trouwde in 1378 Gerrit van Rossum die raadgever van hertog Reinald III was. Uit dit huwelijk stamt (via Gosewijn, Jan en nogmaals Jan) de bekende Maarten van Rossum die in 1478 werd geboren. Onder leiding van deze Maarten van Rossum plunderden de Geldersen in 1528 Den Haag.

Herman,
wordt in 1392 genoemd als een der vrinden en borgen van hertog Willem van Gelre.


Zegel van Herman van Wijhe
uit 1391(Gelders Archief
).

Herman had vier kinderen:

Dirk, 
trouwde 1420 (volgens Anspach) zijn (achter) nicht Aleid van Wijhe. Hij was rond 1400 volgens het archief van Nederhemert met Aleyt van Hemert getrouwd en had met haar een zoon Johan. Bij het bekrachtigen van de huwelijkse voorwaarden bij het huwelijk van Dirk van Wijhe en Aleijt van Hemert traden als borgen voor Dirk van Wijhe op: Jorden van Wije, Jan van Rossem en Otto van Haeften (alle drie ridder) en de knapen Otto van Wije, Claes van ? en Claes van Echtelt. Deze Aleyt van Hemert was een dochter van Jan van Hemert heer van Nederhemert en Lijsbeth (of Agnes) van Herlaer. Dirk van Wijhe deed (na het overlijden van zijn schoonvader Jan van Hemert) in 1415 afstand van alle erfenis verkregen via zijn vrouw Aleyt van Hemert ten gunste van Ghijsbert van Hemert heer van Nederhemert (broer van Aleyt van Hemert en opvolger van zijn vader). Dirk van Wijhe wordt door Anspach genoemd als de stamvader van de Van Wijhe's van Hernen maar dit is niet zeker. Het is ook mogelijk dat Herman, de broer van Aleid van Wijhe, de stamvader is. De Van Wijhe's van Hernen voerden als wapen een halve uitkomende leeuw. Deze tak stond in hoog aanzien bij de hertogen van Gelre. Zij waren meerdere malen burggraaf van Nijmegen, het hoogste bestuurlijke ambt! In 1591 overleed Joachim van Wijhe, de laatste heer van Hernen. Het omvangrijke bezit werd verdeeld tussen zijn twee dochters Maria en Joachima die mede hierdoor gewilde huwelijkspartners waren. Maria die het kasteel erfde, trouwde een Van Reede tot Saasveld. Joachima erfde de landerijen en trouwde een Van Rechteren! Zij woonde op kasteel Almelo en kasteel Rechteren in Dalfsen. Het portret van Joachima van Wijhe hangt nog steeds in kasteel Rechteren. In de kerk van Dalfsen ligt een prachtig praalgraf van de Van Rechterens.

Johan, 
wordt genoemd in een magescheid in 1420 tussen Otto van Wijhe (5e heer van Echteld) en Johanna van Groesbeek, de weduwe van Jorde van Wijhe Ottozoon. 

Herman, 
stierf kinderloos in 1465.

Willem,
stamvader van de Arnhemse tak van de Van Wijhe's. Zij voerden als wapen een halve uitkomende leeuw. Deze tak werd in 1485 door de hertog van Kleef beleend met Ressenerbroek (bij Valburg) en heette sindsdien Van Wijhe van Ressenerbroek. Zij waren belangrijk (burgemeesters en richters) in Arnhem, Wageningen en in de buurt van Doesburg. In de periode 1435-1535 was er vrijwel steeds een Van Wijhe van deze tak bestuurder in Arnhem!

                  
Zegel van Herman van Wijhe (de Oude)          Zegel van Herman van Wijhe
       uit 1437 bestuurder in Arnhem                  (de Jonge) uit 1469 bestuurder
                 (Gelders Archief).                                in Arnhem (Gelders Archief).
                                                                                         
Leden van deze tak zijn nog te vinden tot 1650 in Deventer, Arnhem, Zutphen en Doesburg. In 1625 komen we in de buurt van Doesburg Gijsbert van Wijhe tegen die als beschermheer optrad voor Anna van Middachten.

Boeiend is ook dat kapitein Roelof van Wijhe (van de Arnhemse-tak) in 1617 het Caelshuis in Deventer (aan de Stromarkt) kocht. Roelof overleed in 1629 maar vermoedelijk heeft zijn vrouw, Johanna Splijthof, het huis nog tot ca. 1648 bewoond. Het Caelshuis was ook het huis waar ca. 200 jaar later ds. J. Anspach opgroeide! Ds. Anspach is de meest bekende onderzoeker naar het riddergeslacht Van Wijhe. Hij publiceerde de resultaten van zijn onderzoek in 1876 in het tijdschrift "De Navorscher". Roelof van Wijhe was kapitein in de infanterie van het Staatsche Leger. Hij werd met zijn compagnie in december1616 in Gulik gelegerd. In 1613 komen we hem in Doesburg tegen. Ook verbleef hij in de periode 1612-1616 in Zwolle.
Vermoedelijk woonde het gezin van kapitein Roelof van Wijhe al voor 1600 in Deventer want in 1598 lieten Roelof en zijn vrouw Johanna Splijthof hun kind dopen in de Deventer Lebuinuskerk. Volgens Anspach heeft kapitein Roelof van Wijhe verschillende keren geprobeerd om toegelaten te worden tot de Ridderschap. Vanwege te weinig bezittingen is dat niet gelukt.

De Arnhemse-tak komen we ook in Belgie tegen. Hendrik van Wijhe, een kleinzoon van Willem van Wijhe de stamvader van de Arnhemse tak, trouwde (waarschijnlijk rond 1470, in ieder geval voor 1481) met Heilzoete van der Buerse, Willemsdochter uit Brugge. Haar familie (Jacob ter Buerse) had in 1423 het beroemde gebouw Ter Buerse of Ter Beurse in de Vlamingstraat nr. 35 in Brugge gebouwd. De familie Ter Buerse was in Brugge al sinds 1285 bekend als hoteliers van de herberg Ter Buerse. Bovendien gaven zij juridisch en commercieel advies aan buitenlandse kooplieden (ons woord beurs komt hier vandaan). Geertruid van Wijhe een kleindochter van Willem en zus van Hendrik was voor 1461 getrouwd met Godert ingen Nulandt, heer van Valburg. Hun zoon Hendrik ingen Nulandt “de Oude”, was reder in Brugge en eigenaar van het huis Nulandt onder Elst. Zijn zoon en kleinzoon komen we tot 1560 tegen als bestuurders van Brugge (schepen en thesaurier). Beweerd wordt dat de onlangs overleden Belgische Koningin Fabiola van dit echtpaar afstamt. De familie Ingen Nulandt heeft waarschijnlijk tussen 1452 en 1515 in de Arnhemse Kerkstraat/Koningsstraat het Presickhaeffs Huys bewoond. Dit huis is een van de weinige middeleeuwse monumenten die in Arnhem bewaard zijn gebleven. Geertruid van Wijhe en haar man Godert ingen Nulandt leven alle twee nog in 1474. Zij woonden op dat moment in het huys “die Wurd” in het buurtschap Lienden.

Claes,
trouwde Aleid van Haaften (vlgs Anspach) maar in een akte uit 1423 wordt Margriet als weduwe van Claes genoemd; Claes heeft twee zonen: Johan en Steven. In 1422 regelde Jan van Wijhe, richter in de Betuwe, de verkoop van een stuk grond aan Steven van Wijhe Claeszoon. In 1421 treedt Jan van Wijhe Claeszoon op als getuige bij een transactie van Dirk van Wijhe in Nederhemert.

Jorde,
zijn zoon Johan (geboren rond 1370) trouwde Sophia van Varick; zij hadden drie kinderen: Jacob, Christina en Fredericus.
 
---o---

In 1343 werd Reinald II opgevolgd door zijn elfjarige zoon Reinald (hertog Reinald III).
Reinald III kon door zijn leeftijd uiteraard nog niet zelf regeren. Het bestuur werd verzorgd door zijn voogden. Dit liep voor Gelre niet goed af want er ontstond grote verdeeldheid tussen de edelen en de steden.Tenslotte brak er in 1350 een burgeroorlog uit tussen de aanhangers van Reinald III en de aanhangers van zijn broer Eduard. Het “kamp Reinald“ werd aangevoerd door ridder Frederik van Heeckeren en het “kamp Eduard” door ridder Gijsbrecht van Bronckhorst.

Uiteindelijk verloor hertog Reinald III alles en werd hij gevangen gezet op kasteel Nijenbeek bij Voorst. Hij werd vanwege zijn zwaarlijvigheid "De Vette Hertog" genoemd en werd op Nijenbeek nog dikker. Toen ze hem weer vrij wilden laten, bleek dat hij niet meer door de deur kon. Om hem naar buiten te krijgen moest het kozijn van zijn kamerdeur worden weggebroken. Gedurende zijn gevangenschap van 1361 tot 1371 regeerde zijn broer Eduard als hertog van Gelre. Hertog Eduard stierf in 1371 door een vergiftigde pijl.

Na het overlijden van Reinald II kende Gelre dus een rommelige periode met vele jaren van onderling oorlogvoeren over opvolgingskwesties. Aanvankelijk leek de strijd beslecht met het aantreden van hertog Eduard in 1361, maar na zijn dood in 1371 begon de ellende opnieuw. Uiteindelijk is er pas in 1377 weer een krachtige hertog van Gelre in de persoon van Willem van Gulik. De moeder van deze Willem heette Maria en was een zus van hertog Eduard.

 
     
  lijn