Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 2e heer Johan (1300|1349)  
  2e heer Johan (1300|1349)  
 

Johan van Wijhe, de 2e heer van Echteld, trouwde (volgens Anspach) Hille van Renoy.
In de regesten van "de Duffelt" wordt hij in 1346 Johan "de oude" genoemd en is hij getrouwd met Elisabeth (waarschijnlijk Elisabeth van Rienderen). In 1349 wordt Johan van Wijhe (als schoonzoon van Jordaen) nog heer van Rienderen genoemd in de regesten van de "de Duffelt". Hij overleed in 1349.


Zegel van Johan van Wijhe (de oude) uit
1349 (Gelders Archief).

Johan staat als getuige vermeld in het manifest waarin graaf Reinald II van Gelre in 1331 zijn vrouw Eleanora het vruchtgebruik van een Veluwse jaarrente verzekert.

Van Johan weten we dat hij in ieder geval twee zonen had, namelijk Johan en Walraven. Zij worden beiden genoemd in de regesten van "de Duffelt" 1346-1348 in verband met onroerend goed transacties van de Van Wijhe's van Echteld in de buurt van het Duitse Kleve. 

Johan "de jonge" (geboren ca.1300, moeder Hille van Renoy?) werd later de 3e heer van Echteld.

Walraven (geboren ca. 1330, moeder Elisabeth van Rienderen?) kocht in 1346 in Niel (tussen Nijmegen en Kleve) een vrij erf en enkele leenroerige landerijen. In 1348 werd uit dit vrij bezit weer 50 morgen land verkocht aan het Kapittel van Xanten (hij was toen nog onmondig). Bij deze transacties waren Walraven's vader , Johan van Wijhe de oude, Walraven's broer, Johan van Wijhe de jonge, en zijn neef Johan Willemszoon van Wijhe betrokken. De meeste aktes zijn door een of meerdere van deze familieleden gezegeld. Walraven stichtte samen met zijn neef Herman Johanszoon van Wijhe in 1376 een altaar in de St. Maartenskerk te Tiel. Walraven bezegelde in 1371 de aanstellingsbrief als ambtman in de Liemers van Gerrit Palick van Sevenaer. Deze Gerrit was een zoon van Walravens nicht Aleid van Wijhe (Hendriksdochter) en bewoonde van 1371-1373 en van 1395-1402 kasteel Sevenaer.



                                                                 
   Zegel van Walraven van Wijhe
  uit 1371 (Gelders Archief).


Walraven had 6 kinderen:

Hendrik (geboren ca. 1355)
bezoekt in 1428 hertog Arnold van Gelre in kasteel Rosendael. Hendrik van Wijhe wordt in 1428 genoemd als eigenaar van (land-)goed De Sonnenberg in Oosterbeek.
Hendrik had een zoon Johan (geboren ca. 1380) die in 1402 met Hille van Lienden was getrouwd. Ze hadden 2 zonen: Frederik en Herman. Ook hadden ze een dochter: Jutte.
In 1453 hebben 7 Van Wijhe's samen een Geestelijk Gilde opgericht dat Onze Lieve Vrouwe tot zijn schutspatrones koos en een altaar met vicarie ter harer eere in de kerk te Ooi (bij Echteld) stichtte.
Samen met kanunnik Willem van Wijhe (een oom) waren Johan en zijn zonen Frederik en Herman mede-oprichters van dit Geestelijk Van Wijhe Gilde.
Frederik en Herman hebben in 1474 een belangrijke vicarie in de kerk van Rijswijk gesticht (volgens het kerkelijk archief van Rijswijk). Ook hebben zij in 1474 een paepelieke prebende voor de rust van Johan Hendrikszoon en zijn vrouw Hille van Lienden saliger en voor Johans vader Hendrik gesticht. Frederik van Wijhe erft de Oosterbeekse goederen van zijn moeder.

Alard
behoort tot de ridders die in 1418 een verdrag sluiten met de Gelderse steden. Gaat samen met zijn broer Hendrik in 1428 op bezoek bij hertog Arnold van Gelre. In 1431 ontvangt Alard van hertog Arnold tienden te Wapsen en Brummen (bij Zutphen). Mogelijk studeerde Alard samen met zijn broer Willem in 1387 in Heidelberg. Van Alard is verder nog bekend dat hij in 1436 het huis Appelenburg uit Ochten opdroeg aan Reinoud ll van Brederode, heer van Vianen. 

Johan
trouwde rond 1390 Elisabeth van Meekeren die kasteel Hernen in de familie bracht. Johan van Wijhe en Elisabeth van Meekeren hadden een dochter: Aleid, die (volgens Anspach) rond 1420 met Dirk van Wijhe Hermanszoon (een achterneef) trouwde (zie 3e heer van Echteld). Johan Walravenszoon had een zoon die Herman heette. Mogelijk was deze Herman de stamvader van de Van Wijhe's van Hernen.
Johan was in 1418 ambtman van Neder-Betuwe en wordt daar specifiek heer van Hernen genoemd. Zijn rekeningen lopen door tot 1425. Daarna wordt zijn zoon Herman van Wijhe in 1431 en 1432 zowel heer van Hernen als erve zijns vaders Johan genoemd. Johan Walravenszoon wordt in 1413 genoemd als eerste leenman van de hof Wolfheze. Mogelijk studeerde Johan samen met zijn broer Willem in 1387 in Heidelberg.

Dirk
kreeg van hertog Arnold van Gelre in 1429 een beloning voor het verdedigen van de poorten van Wageningen. Hertog Arnold was de opvolger van hertog Reinald lV van Gelre (zie 5e heer van Echteld). In 1455 bevestigde hertog Arnold de pandverschrijving op de tienden Glinde en Surcsdum (of Surksum) bij Barneveld t.b.v. Dirk's zoon Willem.
Ook in het Utrechts schisma speelde Dirk zijn rol. De bisschopszetel van Zweder van Culemborg werd betwist door Rudolf van Diepholt. Als aanhanger van Van Culemborg werd Dirk in 1426 in Amersfoort gevangen genomen. In het genoemde schisma diende Dirk dezelfde belangen als zijn broer Willem.
Dirk was net als zijn broer Willem (zie hieronder) mede-oprichter van het Geestelijk Van Wijhe Gilde in de kerk te Ooi (bij Echteld). Mogelijk studeerde Dirk (Theodoricus) samen met zijn broer Willem in 1387 in Heidelberg.

Elisabeth
abdis van het klooster ter Hunnepe bij Deventer.

Willem
hij studeerde in 1387 in Heidelberg (samen met nog enkele Van Wijhe's nl. Johannes, Marsilius, Theodoricus en Alardus van Wijhe) en daarna in Keulen. In 1390 werd Willem van Wijhe bij de universiteit van Keulen aangesteld als pedel. Hij bleef dat tot ca. 1400 en werd vanaf 1392 ook notaris in Keulen. Van 1400 tot 1425 was hij in Utrecht secretaris van bisschop Frederik van Blankenheim. Na 1425 was hij tot ca. 1433 secretaris van bisschop Zweder van Culemborg (opvolger van Frederik van Blankenheim). Willem van Wijhe was in zijn Utrechtse periode kanunnik van Sint Pieter in Utrecht en ook van de St. Lebuinus in Deventer. Willem had ook een zoon die Johan heette. Bisschop Frederik geeft opdracht de kerk in Winssen, in handen van secretaris Willem van Wijhe, later te begeven aan diens zoon Johan.

                                                            
                                                             Het merk van Willem van Wijhe als secretaris
                                                                       van de bisschop (Utrechts Archief)

In dezelfde tijd was Willem's neef Otto van Wijhe in Echteld de 5e heer. Opvallend is verder dat Willem's zus Elisabeth in die tijd abdis van het klooster ter Hunnepe bij Deventer was. Er waren dus in de periode 1400 - 1433 nauwe banden tussen de Echteldse Van Wijhes en het bestuur van de katholieke kerk in Utrecht en Deventer. Willem overleed in 1458 als pastoor in Tiel. Het boek "De Tielse kroniek" bevat een oud handschrift dat gaat over de geschiedenis van Nederland vanaf ca. 600 tot ca. 1450. In twee passages in de Tielse Kroniek wordt kanunnik Willem van Wijhe genoemd. De auteur van de Tielse Kroniek is onbekend. Aanvankelijk werd gesteld dat Willem van Wijhe dit kon zijn. Deze stelling is waarschijnlijk onhoudbaar. Verschillende onderzoekers hebben geprobeerd de oplossing te vinden. Het moet iemand zijn die dicht bij Willem van Wijhe stond. In 1453 hebben 7 Van Wijhe's samen een Geestelijk Gilde opgericht dat Onze Lieve Vrouwe tot zijn schutspatrones koos en een altaar met vicarie ter harer eere in de kerk te Ooi stichtte. Willem van Wijhe was een van de oprichters van dit Geestelijk Van Wijhe Gilde.

                                                                                            ---o---


Reinald II werd in 1319 eerst aangesteld als regent. Dit gebeurde omdat zijn vader nog leefde maar krankzinnig was geworden. Met ingang van 1326 was hij officieel graaf Reinald II. Hij regeerde tot zijn dood in 1343.
Onder Reinald II nam Gelre in macht en aanzien sterk toe. Hij verbeterde de rechtspraak en bevorderde de aanleg en het onderhoud van dijken. Reinald II veroverde Tiel (vlakbij Echteld) en voegde het bij Gelre.
Hij stond Engeland bij in de strijd tegen Frankrijk. Als beloning zorgde Eduard, de koning van Engeland, ervoor dat Reinald door keizer Lodewijk van Beieren tot hertog benoemd werd en dat Gelre in 1339 een hertogdom werd. Er brak een periode aan waarin de steden bloeiden door handel en nijverheid.

Reinald II liet bij zijn overlijden in 1343 twee zoons na. De oudste heette Reinald en was bij de dood van zijn vader nog maar elf jaar. Zijn broertje Eduard was toen zeven jaar.    





 
     
  lijn