Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wijhe (1271|1751) > 1e heer Jordaen (1271|1300)  
  1e heer Jordaen (1271|1300)  
 
Jordaen van Wijhe de 1e heer van Echteld trouwde in 1271 met vrouwe van Echteld.
Hij overleed omstreeks 1300.
Ze hadden drie kinderen: Hendrik, Johan en Willem.

Hendrik
overleed voor zijn vader, waardoor zijn broer Johan de 2e heer van Echteld werd. Van Hendrik weten we dat hij een zoon en een dochter had. Zijn zoon Johan werd later de 3e heer van Echteld. Zijn dochter Hermana was abdis van het klooster ter Hunnepe bij Deventer.

Opvallend is dat er rond 1325 een Johan van Wijhe deken was van de Lebuinuskerk in Deventer. 

Op 11 juni 1336 stelt Albertus de Reno, klerk van de bisschop van Utrecht en notaris van de Duitse keizer het testament op van Johannes de Wye, deken van de Lebuďnuskerk van Deventer. Hij verklaart daarin aan de kerk van Deventer, ten behoeve van de kanunniken en vicarissen, zijn Veluwse goederen geschonken te hebben. Voor de oprichting en dotatie van een kapel in Deventer schenkt hij het huis Wymerinc in Herike (bij Markelo) en enkele tienden in Holten, Wesepe en Haarle.

Wij hebben tot nu toe nog geen relatie tussen deze Johan de Wye en de Echteldse Van Wijhe's kunnen vinden.

Johan
werd de 2e heer van Echteld.

Willem
in 1313 wordt (volgens het boek ''Coulissen van de macht'' , op internet te lezen) door Gosewinus de Gruthus in Arnhem een jaarrente gekocht voor de kinderen van Wilhelmus de Wije. Mogelijk gaat het hier om deze Willem.
Willem had in ieder geval een zoon die Johan heette en die in 1368 als ridder de huwelijksvoorwaarden tussen hertog Eduard (een zoon van hertog Reinald II van Gelre) en Catharina van Beieren zegelde.


Zegel van Johan Willemszoon van Wijhe uit
1368 (Gelders Archief).

Het nageslacht van deze Johan komen we nog tegen tot ca. 1450 bij de volgende gebeurtenissen:

Johan van Wijhe (kleinzoon van Willem) was als ambtman van Neder Betuwe in 1425 getuige bij de toewijzing van kasteel de Schuilenburg (bij Terborg) aan Johan van Raesfelt. Ook werd deze Johan in 1418 door hertog Reinald IV naar kasteel Roosendael ontboden. Deze Johan van Wijhe had vijf kinderen die vermeld staan in een magescheid (boedelscheiding bij het overlijden van één der ouders) uit 1437 (Johan kanunnik en priester te Elst, Otto, Dirk, Johanna en Wilhelmina). Deze kinderen overleden ongehuwd, op Johanna na, die met Evert van der Stade trouwde.

Walraven van Wijhe (kleinzoon van Willem) wordt in 1453 vermeld als gildebroeder van Onze Lieve Vrouwe-vicarie in de kerk te Ooi.

In 1453 hebben 7 Van Wijhe's samen een Geestelijk Gilde opgericht dat Onze Lieve Vrouwe tot zijn schutspatrones koos en een altaar met vicarie ter harer eere in de kerk te Ooi (bij Echteld) stichtte.

Samen met onder andere kanunnik Willem van Wijhe (zie 3e heer van Echteld) was Walraven van Wijhe (mede)oprichter van dit Geestelijk Van Wijhe Gilde.


---o---

In 1272 kwam in het graafschap Gelre een einde aan het bewind van de legendarische graaf Otto II, bijgenaamd “de Kreupele”. Hij was zeer dapper en schonk aan de lijfeigenen, die op zijn bezittingen woonden, allerlei vrijheden. Ook gaf hij aan hele “buurten” een eigen vorm van regering. Hierdoor ontstonden de steden die steeds meer voorrechten kregen en namens de graaf door een schout werden bestuurd. Deze graaf Otto II zorgde er ook voor dat het graafschap Gelre zich geleidelijk uitbreidde, zodat omstreeks 1270 de huidige oppervlakte van Gelderland tot het graafschap behoorde.

Graaf Otto II werd in 1272 opgevolgd door zijn zoon Reinald I, die als bijnaam had “de Strijdbare”. Het is dus duidelijk waar deze Reinald zich mee bezig hield! Uiteindelijk werd hij in de bloedige slag bij Woeringen (1288) door hertog Jan I van Brabant verslagen. Reinald I liep een wond aan zijn hoofd op die niet meer genas. Hij schijnt daardoor krankzinnig geworden te zijn.

Tengevolge van de nederlaag van graaf Reinald I in 1288 moest hij het graafschap Gelre in pand afgeven aan graaf Gwijde van Vlaanderen. Het graafschap Gelre werd pas weer in ere hersteld toen in 1319 graaf Reinald I werd opgevolgd door zijn zoon Reinald II.

 
     
  lijn