Vrienden van de Wijenburg
   
  Home > Bewoners > Familie Van Wassenaer (1751|1817)  
  Familie Van Wassenaer (1751|1817)  
 

Jacoba Seina Isabella van Wijhe en Frederik Hendrik van Wassenaer

 

Met het overlijden van de 12e heer van Echteld, Christiaan Reinoud van Wijhe, in 1749 stierf het riddergeslacht Van Wijhe tot Echteld in de mannelijke lijn uit. Zijn heengaan betekende het einde van een tijdperk. Christiaan Reinoud had wel één zoon, Otto genaamd, maar deze stierf ongehuwd nog voordat zijn vader overleed. De vier nog levende dochters van Christiaan Reinoud bleven achter met zijn nalatenschap.

De oudste van hen was Jacoba Seina Isabella van Wijhe, vrouwe van IJzendoorn en de Blankenburg. Door het kinderloos overlijden van Jacoba's oom Willem van Liere en tante Louise Isabelle van Brakel (zus van haar moeder) werd zij de erfgename van de hoge heerlijkheid van de beide Katwijken en 't Zand. Door deze omstandigheid was Jacoba een gewilde huwelijkskandidate. Er zijn aanwijzingen dat  zij beduusd was om al datgene wat er rond haar gebeurde.

 

Op 12 maart 1737 trouwde zij op zeventienjarige leeftijd met Frederik Hendrik van Wassenaer. Voor hem was dit zijn tweede huwelijk. De Van Liere's waren nauw verwant aan de Van Wassenaers. Het is zeer aannemelijk dat het huwelijk tussen Jacoba en Frederik Hendrik gesloten is naar de wens van Willem van Liere.

Door de bruidsschat van Jacoba Seina Isabella van Wijhe kwamen de Katwijken en 't Zand in het bezit van Frederik Hendrik van Wassenaer. Jacoba was nu Vrouwe van Katwijk, enz., enz., enz. In 1749 vereerde de prinsgezinde achttiende-eeuwse dichter Gerard le Maire haar familiewapen met het volgende lied:

 

De fiere en roode Leeuw, die hier, op 't zilver velt,

Als Koningh van het wout zoo moedigh staet te prijken,

Toont (schoon ge in Gelderland veel Edellieden telt)

Dat meenigh een, hoe trots, met schaemt de vlag moet strijken

Voor Vrou Jakoba en haer hoogen Adeldom.

Zoekt iemant kloek vernuft en juistgepaste zeden

Bij vrouwen van geboort? hij vindt ze hier allom

Naer 't nette snoer gericht van billikheit en reden;

Daar dees Hoogheedle Telg van Wyhe, door de trou

Heer Frederiks huis versiert en praelt als Katwijks Vrou.


Voor de zeventienjarige vrouwe Jakoba (roepnaam van Seyna) begon een nieuw leven in Den Haag en Katwijk. Grote partijen werden gegeven die de stadhouders menigmaal met hun gezelschap vereerden. Waarschijnlijk leefde Frederik Hendrik op veel te grote voet. Hij maakte goede sier met Seyna's geld, hof en land. In 1771 stierf hij; zijn begrafenis werd een indrukwekkende gebeurtenis in aanwezigheid van de nodige hoogwaardigheidsbekleders. 


Na zijn dood bleek dat er enorme schulden waren. Bij opening van het testament bleek dat er voor Seyna en haar drie kinderen elk maar 10.000 gulden over was. Zij eiste voor zichzelf daar 30.000 gulden bovenop. Dat was indertijd immers vastgesteld bij de huwelijkse voorwaarden. Seyna verkocht de heerlijkheid IJzendoorn en ging wonen in een huurhuis aan de Denneweg in Den Haag. Het land maakte moeilijke jaren door: patriotten aan de macht, staatskas bijna leeg, ziekte onder het vee en een vierde Engelse zeeoorlog. De stadhouder was gevlucht van Den Haag naar Nijmegen. Seyna ging in het voorjaar van 1785 naar Venlo. Ze was ziek en schreef op 15 april aan haar oudste zoon Willem Lodewijk: "het heeft mij 's nachts aangetast met hevige pijn in de zijde, die nu wel beter is maar met eene groote zwakheyt mijn geheel onderkrijpt om zoo te zeggen me doet als wegsmelten". Op 30 mei 1785 stierf Seyna in Venlo.

 

 

Johanna Wilda van Wijhe en Willem van Wassenaer

 

De tweede dochter van Christiaan Reinoud van Wijhe was Johanna Wilda. Geboren in 1720 was ze in 1750 nog ongehuwd. Haar bruidsschat was de Wijenburg en de daarbij behorende Echteldse goederen. Bij haar zuster en zwager zal ze ongetwijfeld Frederiks broer Willem van Wassenaer ontmoet hebben. Na zijn bevordering tot schout-bij-nacht was hij een man van aanzien geworden. Mede door zijn afkomst was hij een geschikte huwelijkskandidaat. De onderhandelingen die tot een huwelijk moesten leiden, duurden maanden. Willem van Wassenaer logeerde in deze periode in Wageningen. De onderhandelingen leidden tot een huwelijk op 11 maart 1751. De plechtigheid vond plaats in de Broerekerk in Nijmegen. Met dit huwelijk kwam de Wijenburg definitief in het bezit van Willem van Wassenaer, eerst schout-bij-nacht maar later luitenant-admiraal van Holland en Zeeland.

 Vrienden van de wijenburgVrienden van de wijenburg

Johanna Wilda en Willem gebruikten de Wijenburg voornamelijk als zomerresidentie. 's Winters verbleef het paar in Nijmegen. Tien maanden na hun huwelijk werd hier op 11 januari 1752 hun eerste kind geboren. Het was een zoon en kreeg de naam Willem Frederik Hendrik. Na een jaar, op 21 mei 1753, kwam er een meisje bij dat HenriŽtte Seyna werd genoemd.

In april 1754 lag Johanna Wilda weer in het kraambed. Hier stierf ze ''aen de kindersiekte''. Ze werd begraven in de kerk van Echteld, in het familiegraf van de Van Wijhe's. Na haar trieste dood woonde er na 500 jaar geen Van Wijhe meer op de Wijenburg.

 

Willem van Wassenaer (1751-1783)

 

Vertrouweling van de Oranjes

 

In het jaar dat Willem van Wassenaer de nieuwe bewoner wordt van de Wijenburg zien we hem ook terug op een andere belangrijke gebeurtenis. In dit jaar overlijdt ook stadhouder Willem lV. De begrafenis in Den Haag is er één met veel pracht en praal. Als slippendrager in de lange lijkstoet loopt daar schout-bij-nacht Willem van Wassenaer. De familie Van Wassenaer onderhield lange tijd goede contacten met het stadhouderlijke hof. Een belangrijke basis voor deze verstandhouding was gelegd in 1747 toen Frederik Hendrik van Wassenaer van Katwijk de terugkeer van de Oranjes daadkrachtig had gesteund. Als één van de vertrouwelingen van Willem lV werd hij naar de vredesonderhandelingen met de Fransen gestuurd. Ook hield hij toezicht op de opvoeding van de minderjarige Willem V. Hij was ook lid van de Nassause Domeinraad die de uitgestrekte bezittingen van de familie Van Oranje-Nassau beheerde.

Willem van Wassenaer hield zich afzijdig van de politiek. Toch nam hij een belangrijke plaats in aan het hof. Het ging dan altijd om zaken van de zeemacht.

 

Schout bij nacht

 

In 1756 was Willem V nog minderjarig. Regentes Anna van Hannover wilde dat Van Wassenaer werd belast met het commando van een eskader oorlogsschepen naar de Middellandse Zee.


                                                    


Willem van Wassenaer liet hierop weten dat hij 'gelijk in andere gevallen zoo ook in desen gereed was om sig te dienste van den lande te laten emploijeren', een opmerking die hem als persoon typeerde. Het vlaggenschip van het eskader werd ''de Prinses Carolina''. Het viel Van Wassenaer niet mee om genoeg bemanningsleden te vinden voor dit schip. Na lang zoeken in Holland kwam hij er nog steeds 32 tekort. Dit probleem werd ten dele opgelost door bemanningsleden te zoeken in de omgeving van de Wijenburg. De onderneming naar de Middellandse Zee werd geen ongemeen succes. Na terugkomst ontstond een hevig dispuut over een oer-Hollands probleem: geld. Op de terugreis had het eskader geld vervoerd naar Holland. Van dit bedrag bleek een deel zoek te zijn. Voor Willem van Wassenaer zeker geen gelukkige afloop. Na veel touwtrekken bleef hij achter met een verlies van fl. 6.384,50.

 

Terug op de Wijenburg

 

Nadat Van Wassenaer de nodige bevelen had gegeven, verliet hij zijn schip. Zijn eerste gang was naar prinses Anna van Hannover (de regentes) in Den Haag. Na daar te zijn ontvangen en rapport te hebben uitgebracht over zijn reis, kreeg hij toestemming om te vertrekken naar zijn bezittingen in Echteld.

Deze gang komen we vaker tegen bij Willem van Wassenaer; onvoorwaardelijke trouw aan de Oranjes en als het mogelijk was, terugtrekken op de Wijenburg. Ongetwijfeld speelde teleurstelling en frustratie hierbij een rol. Met de admiraliteit in Rotterdam had hij inmiddels een verstoorde relatie. De vloot verkeerde in een miserabele staat. Er kwamen weinig opdrachten om uit te varen. Soms had Van Wassenaer toestemming om voor een periode van vier maanden in Echteld te verblijven. Een solliciteur (zaakwaarnemer) regelde tegen een vergoeding de kwesties van zakelijk aard voor de schout-bij-nacht.

 

Vice-admiraal van Holland en Zeeland

 

Begin 1766 werd hij weer naar Den Haag geroepen. Hij moest zich vervoegen ten paleize van de stadhouder. Erfstadhouder Willem V was op 8 maart meerderjarig geworden en ter gelegenheid daarvan werden promoties uitgedeeld. Op 53-jarige leeftijd werd Willem van  Wassenaer benoemd tot vice-admiraal van Holland en Zeeland. Toen Willem V zelf stadhouder was geworden, gaf hij opdracht tot de bouw en ontwikkeling van een nieuw fregat: ''de Thetis''. Willem van Wassenaer hield zich hier intensief mee bezig. Tegelijkertijd bleven Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen warme belangstelling houden bij de voortgang van dit project.

 

Luitenant-admiraal

 

Inmiddels was Van Wassenaer bevorderd tot luitenant-admiraal. In deze hoedanigheid  werd hem vaak om advies gevraagd. Dit betekende dat hij regelmatig heen en weer moest reizen tussen Echteld en diverse Hollandse steden. Gezien de ligging van Echteld aan de oevers van de Waal is het waarschijnlijk dat hij dit deed per beurtveer vanaf Tiel. Het waren niet alleen zijn functies ter zee die hem naar Holland brachten, ook had hij daar verantwoordelijkheden als hoogheemraad van Schieland.

Soms was snelheid geboden. In 1779 was er muiterij op het Amsterdamse fregat ''Venus''. Er dreigde een gevaarlijke situatie te ontstaan. Eigenlijk nam de bemanning het schip in gijzeling. Stadhouder Willem V verzocht Van Wassenaer ''hoe eerder zoo beter herwaerts'' te komen. Deze aarzelde niet en reisde in dertien uur met de koets van de Wijenburg naar Den Haag. Hier adviseerde hij de stadhouder tot het instellen van een krijgsraad. De toestand van de vloot ging steeds verder achteruit. Toch bleef hij steun en toeverlaat voor stadhouder Willem V in zaken aangaande de zeemacht. De luitenant-admiraal had hiervoor onbeperkte toegang tot de stadhouder.                             


Willem van Wassenaer neemt het op voor de stadhouder

 

In de Republiek was de kritiek op de toestand van Neerlands vloot niet van de lucht. Met weemoed dacht men terug aan de dagen van Tromp en De Ruyter. Al deze kritiek daalde neer op stadhouder Willem V. Dit was Van Wassenaer een doorn in het oog.Toen de stadhouder zijn 35e verjaardag vierde, werd Van Wassenaer als hoogste vlagofficier bij de prins binnengelaten. In de ''aanspraak aan Zijne Doorluchtige Hoogheid den Prince van Orange en Nassau Erf-Stadhouder Erf-Captein en Admiraal-Generaal der Vereenigde Nederlanden, etc., etc., etc.'' nam hij het op voor de stadhouder. In druk liet hij een nog scherpere ''aanspraak'' verschijnen. Hierin hoopte Van Wassenaer dat ''de misleide Natie eens de oogen zal openen om door zig zelve de Pogingen van Uwe Doorluchtige Hoogheid tot welzijn van dit land gedaan'' te zien. De aanspraak leverde in het land veel kritiek op. Bijna alle kranten waren negatief in hun oordeel. Zelfs de zoon van Willem van Wassenaer, Willem Frederik Hendrik, schaamde zich voor de toespraak van zijn vader.

 

 

De laatste jaren op de Wijenburg

 

Na al deze commotie trok de ''first man of the fleet'' zich terug op de Wijenburg. Zijn gezondheid begon op te spelen. Eind augustus 1783 liet zijn tweede echtgenote Anna van Wassenaer Starrenburg weten dat ''haar tederen geliefden Egtgenoot, oud zeventig jaaren en acht maanden, alleronverwagts'' was gestorven.

Nu bleef het stil in de Republiek. Weinig aandacht van de pers. Een reactie van het hof van de stadhouder is in geen bron terug te vinden. Alleen een aankondiging in "Maandelijkse uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, Part 139.

Echteld: Op den 19 Augustus alhier aan een befloten Colyk fubit overleden zijnde in de ouderdom van 70 jaaren en 8 maanden, zijn Excellentie den Hoog Ed Geb. Heer Willem, Baron van Wassenaar, Heer van Echteld, Luit. Admiraal van Holland en West Friesland, Hoog Heemraad van Schieland, Hoofd-Ingeland van Rhynland, enz. enz. heeft onze Predikant, D.H. van Eckdom, aan dit smertelyk en onverwacht sterfgeval gedacht, op den 31 Augustus, in een Leerrede over 1 Sam. XXV: 1a. Ende Samuel stierf, ende gansch Israel vergaderde zich, ende zij bedreven rouwe over hem, ende begroeven hem in zyn Huis te Rama.

 

Sober en zuinig.

 

Willem van Wassenaer was een sobere en zuinige man. Ook de predikanten van de plaatselijke kerk hadden hier mee te maken. Als heer van Het Grote Huis mocht Willem de voorganger benoemen. Van Wassenaer was ongeveer 30 jaar ''heer van Echteld''. In deze periode stonden niet minder dan zes predikanten de plaatselijke gelovigen terzijde. In 1765 vroeg Isaac Rijsdijk ontslag omdat hij eenzelfde functie had aanvaard in een kerk in het Amerikaanse New York. Rijsdijk vroeg ontheffing van de gebruikelijke betaling van de kosten die er aan het ontslag vastzaten ''wegens het bijzonder sobere traktement te Echteld''.

 

Aandacht en eerbied voor de geschiedenis van de Wijenburg

 

De bibliotheek van Willem van Wassenaer laat zien dat hij een brede belangstelling had. De meeste werken behelsden geschiedenis, literatuur en filosofie.

Na zijn huwelijk met Johanna Wilda van Wijhe liet hij het interieur van de Wijenburg naar zijn smaak aanpassen. Hij gaf hierbij steeds blijk van een sterk historisch besef. In stuc en steen werden historiserende ornamenten aangebracht, verwijzend naar zijn eerste en tweede huwelijk, de vernieuwing van het huis, maar vooral naar de Van Wijhe's die het huis zo lang in bezit hadden. In 1772 werd de binnenplaats overkapt. Boven de twee deuren van de nieuwe vestibule liet Van Wassenaer stucreliŽfs in spitsbogen aanbrengen. Deze decoraties zijn één van de eerste voorbeelden van de neogotische stijl in ons land.

Vrienden van de wijenburg


Het ene reliŽf bevat het wapen van Willem van Wassenaer met links het wapen van  Johanna Wilda van Wijhe en hun trouwjaar 1751 en rechts het wapen van Anna van Wassenaer Starrenburg en het trouwjaar 1758. Boven de andere deur zijn in het stucornament de wapens Van Wijhe en Van Haeften te vinden en de jaartallen 1541 (de grondige verbouwing onder Jasper van Wijhe en Walburg van Haeften waarin de Wijenburg zijn huidige herkenbare gedaante kreeg) en 1169 (een vermoede stichtingsdatum).


In de Wijenburg springt de rijk gebeeldhouwde schouw in het oog. Deze is van zandsteen en uitgevoerd in renaissancestijl. De oorspronkelijke schouw dateert uit het midden van de
16e eeuw. Willem van Wassenaer heeft de schouw  veranderd. Mogelijk heeft hij de schouw laten overbrengen van elders. Als eerbetoon aan het Van Wijhe-geslacht liet

Van Wassenaer hier vele jaartallen en initialen aanbrengen die verwijzen naar de vroegere bewoners van het huis.

 

Willem Frederik Hendrik van Wassenaer (1783-1799) en zijn dochter Anna (1799-1817).

 

Na de dood van Willem van Wassenaer in 1783 erfde zijn zoon Willem Frederik Hendrik de Wijenburg. In 1787 overleed in Katwijk neef Willem Lodewijk van Wassenaer. De speling van het lot bepaalde dat Willem Frederik Hendrik de bezittingen van Katwijk en 't Zand kreeg toebedeeld. De bezittingen die de twee Van Wijhe-dochters zulke gewilde huwelijkskandidaten maakten, kwamen nu in handen van hun zoon en neef. Willem Frederik Hendrik van Wassenaer was heer van Echteld, de beide Katwijken, 't Zand, Valkenburg, Spanbroek en Ameide. Toch was hij als heer van Echteld maar weinig op de Wijenburg. Politiek gezien had hij de wind niet mee. In 1794 trokken Franse troepen onder leiding van J.Ch. Pichegru het rivierengebied binnen. De patriotten kwamen aan de macht en het was uit met de voorrechten, prachtige banen, privileges en rijkdommen van de Oranjegezinde aristocraten. De heerlijke rechten werden afgenomen. De troepen van Pichegru brachten grote schade toe aan de bezittingen in Echteld. Als inwoner van de nieuwe "Bataafse Republiek" werd Willem Frederik Hendrik geacht 6% van zijn vermogen als belasting te betalen. Hoe hij eraan toe was blijkt uit het volgende briefje dat hij invulde: "ik zal fourneren de somme van twee duysend guldens welke ik zal betalen in eens in quitantien van gefourneerd zilver en in geldt....Betuigende buiten staet te zijn (zo uit hoofde der schaeden aaen mijne goederen in Gelderlandt gelegen als door  gemis van de revenuen mijner Heerlijkheden waerin genoegsaem alleen mijn besittingen bestaen) iets meer te fourneeren". Als we een rekensom op dit citaat loslaten, blijkt dat het vermogen van Willem Frederik Hendrik niet meer dan 30.000 gulden bedroeg. Er was niets meer over van het aanzien dat de Van Wassenaers in vorige decennia genoten. De Bataafse Revolutie maakte in 1795 in een klap een einde aan de bijzondere staatkundige positie van riddermatigen. Hun bijzondere voorrechten verdwenen omdat ze strijdig werden geacht met de gelijkwaardigheid van iedere burger. Zo werd Willem Frederik Hendrik postmeester in Den Haag. 's Zomers reisde hij waarschijnlijk met zijn gezin naar de Wijenburg. In 1799 overleed hij. Zijn dochter Anna HenriŽtte Elisabeth (geboren in 1788) erfde de Echteldse bezittingen. Zij trouwde in 1817 met Walraven Elias Johan van Balveren die na haar overlijden kasteel de Wijenburg erfde.

 





.


 
     
  lijn